Standpunt met betrekking tot het behoud van het bedrijf op de huidige locatie.
Rekening houdende met de specifieke ruimtelijk-planologische context op kavelniveau en de onmiddellijke omgeving en de economische realiteit voor het bedrijf, de historische context (i.e. het feit dat het bedrijf op deze locatie historisch gegroeid is) en het feit dat er in principe geen echte uitbreiding van de bedrijfssite vooropgesteld wordt – er wordt slechts een zeer beperkte reeds aan de landbouw ontrokken ingesloten snipper agrarisch gebied bijkomend gevoegd bij de planzone - wordt de impact van het bedrijf op de omgeving en de beoogde vergroting ten aanzien van de huidige situatie, redelijkerwijs, beperkt geacht en daarom voldoende verantwoord. Een harde randvoorwaarde die hier evenwel aan gekoppeld dient te worden is de bestendiging van een substantieel deel van para-agrarische activiteiten (loonwerk, onderhouds- en herstellingsdienst landbouwmechanisatie, verhuur van landbouwmachines,...). De loutere verkoop van machines wordt aanzien als zuivere detailhandel en niet aanvaard als para-agrarisch.
Standpunt met betrekking tot de uitbreiding op korte termijn.
In de aanvraag wordt er op minder eenduidige manier een fasering voorgesteld van de beoogde handelingen. Op zeer korte termijn (1-2 jaar) worden de afbraak van de woning met café, en de bouw en uitbreiding van een magazijn met sociale lokalen en een kantoorruimte beoogd en de bouw van een showroom voor tweedehandse machines en zogenaamde 'nearly new' en de uitbouw van een tankplaats. Op middellange termijn (2-5 jaar) wordt de bouw van een showroom voor nieuwe machines beoogd. Deze middellange termijn dient eveneens te worden beschouwd als korte termijn (<5jaar).
Gezien er reeds een vergunning verleend werd door het college van burgemeester en schepenen voor het slopen van de ingesloten woning met café is de sloping als onderdeel van het planologisch attest zonder voorwerp. Gelet op de specifieke ruimtelijke en planologische context wordt de bouw en uitbreiding van een magazijn met sociale lokalen en een kantoorruimte - die ook als meest urgent worden aangemerkt - voldoende verantwoord geacht binnen de korte termijn en als voorafname op het RUP. De vergunning van deze werken op korte termijn is echter maar verantwoord voor zover voldoende garanties worden geboden op de realisatie van een kwalitatieve en degelijke landschapsintegrerende bufferzone rond het bedrijfsterrein. Thans moet vastgesteld worden dat dit buffergroen nauwelijks of niet werd gerealiseerd, dat de bufferstroken de facto dienst doen als opslagruimte. Behoud van het bedrijf op deze locatie is maar aanvaardbaar mits goede integratie in de omgeving.
Gezien de fundamentele wijzigingen ten opzichte van wat het bestaande planologisch kader toelaat zijn de bouw van een showroom voor 'nearly new' en tweeedehands machines en een showroom voor nieuwe machines op de korte termijn onvoldoende verantwoord. Zij dienen dus te worden onderzocht op de lange termijn.
De bouw van een tankplaats kan niet worden aanvaard, noch op korte termijn, noch op lange termijn. De uitbouw van een tankplaats betreft eerder een service naar het cliënteel doch is niet echt noodzakelijk voor het bedrijf om te overleven. De vrees leeft dat de infrastructurele uitbouw verbonden aan deze service snel aanleiding kan geven tot 'verbreding' naar particulieren en niet landbouwvoertuigen en uiteindelijk evolutie naar een 'klassiek' benzinestation. De commerciële uitbouw van een tankstation op deze locatie is niet aanvaardbaar. Er kan principieel wel akkoord gegaan worden met een beperkte interne brandstofopslag met zeer kleinschalige verdeelinstallatie in functie van de verhuur van landbouwmachines of inbedrijfstelling van machines.
Standpunt met betrekking tot de uitbreiding op lange termijn.
Wat betreft de bouw van een atelier voor de lange termijn wordt opgemerkt dat dit in principe nu reeds realiseerbaar is op basis van het huidige RUP.
Standpunt met betrekking tot de opmaak of wijziging van de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen.
De aanvraag heeft betrekking op een bestaande hoofdzakelijk vergunde bedrijfszetel. De bedrijfseconomische realiteit noodzaakt het bedrijf te investeren in infrastructuur en gebouwen. Dit gaat gepaard met een beperkte toename in oppervlakte van de bedrijfssite in gebied dat planologisch bestemd is als agrarisch gebied. Dit agrarisch gebied is de facto echter nooit in gebruik geweest als landbouwgrond en was tot voor kort bebouwd met een zonevreemde woning met café. De snipper agrarisch gebied is volledig ingesloten door de huidige bedrijfssite en daardoor redelijkerwijs van geen enkele betekenis voor de agrarische structuur algemeen of voor een individueel landbouwbedrijf meer specifiek. Bij de opmaak van het RUP in 2008 was het al aangewezen dit perceel te vatten binnen de plancontour. Gezien het goed toen echter geen eigendom was van de aanvrager kon dit niet worden opgenomen. De aanvraag is niet in strijd met de bepalingen van het RSPA of het GRS. De opmaak van een plan voor de site wordt daarom verantwoord geacht.
Overwegende dat om voornoemde elementen een wijziging van het planologisch draagvlak verantwoord is.
Decreet Lokaal Bestuur.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, inzonderheid artikel 8 §§ 1 en 2.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, inzonderheid de artikelen 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.
In toepassing van artikel 8 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 dienen alle uitvoeringsplannen te worden onderworpen aan een watertoets. Dat voor het voorgenomen plan de watertoets werd onderzocht. Dat het plan verenigbaar is met het watersysteem en geen negatieve effecten heeft op de waterhuishouding. Dat het plangebied immers niet gelegen is in een effectief overstromingsgevoelig gebied noch een mogelijk overstromingsgevoelig gebied volgens de kaart met de overstromingsgevoelige gebieden (bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets).
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de nadere regels inzake het planologisch attest van 29 maart 2013.
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (D.A.B.M.) en wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de milieueffectenrapportage over plannen en programma's van 12 oktober 2007.
Er werd een plan-MER-screening uitgevoerd in functie van de voorgenomen aanvraag tot planologisch attest van KENIS NV.
Op 11 juli 2018 werd aan de Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en Omgevingsprojecten, Milieueffectrapportage (hierna de Dienst MER), Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel gevraagd de lijst van adviesverlenende instanties op te geven in het kader van de MER-screening.
Bij mail van 9 augustus 2018 en de herinneringsmail van 10 september 2018 werd aan de adviesverlenende instanties verzocht om binnen de 30 dagen een advies te verlenen.
Op 21 september 2018 werd het screeningsdossier met de adviezen aan de dienst MER overgemaakt.
Uit het schrijven van 26 oktober 2018 van de Dienst MER blijkt dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan MER niet nodig is.
Op 18 december 2018 heeft Kenis NV, Terbeekseweg 11, een aanvraag ingediend tot planologisch attest voor de eigendommen thans kadastraal gekend 3e afd., sec A, nrs 583h, 578x en 567a.
Deze aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op datum van 15 januari 2019.
De betrokken percelen zijn deels gelegen binnen de grenzen van RUP 'Zonevreemde bedrijven - deelplan Kenis NV (BD. 12 juni 2008, BS. 6 augustus 2008) en deels gelegen in agrarische gebieden volgens het gewestplan Turnhout (KB.30 september 1977).
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek van 7 februari 2019 tot en met 8 maart 2019. Er werden geen bezwaren ingediend.
Tijdens het openbaar onderzoek hebben volgende instanties een advies over de aanvraag uitgebracht:
De GECORO heeft een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht op datum van 25 april 2019. Hierin wordt door de GECORO een overzicht gegeven van de inhoud van de ontvangen adviezen en wordt een standpunt ingenomen inzake het behoud van het bedrijf op de huidige locatie, de beoogde uitbreiding op korte termijn, de beoogde uitbreiding op lange termijn en de opportuniteit tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan.
De gemeenteraad treedt het advies van de GECORO en de standpunten die zij ontwikkelt ten aanzien van de ontvangen adviezen bij en maakt ze zich eigen.
De Gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
Aan Kenis NV, Terbeekseweg 11, 2990 wordt een positief planologisch attest afgeleverd onder volgende bijzondere voorwaarden:
Afschrift van dit besluit over te maken aan de aanvrager, het Vlaamse Departement Omgeving, de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen en de gemeentelijke dienst Omgeving.