De gemeente levert inspanningen voor veiligheid en verfraaiing waarvoor van de toeristen en tijdelijke verblijvers een bijdrage gevraagd wordt.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van belastingen.
Decreet lokaal bestuur.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd.
Decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies, zoals gewijzigd.
Besluit van de Vlaamse regering van 15 maart 2009 tot uitvoering van het decreet betreffende het toeristische logies.
Omzendbrief Vlaamse regering KA/ABB 2019/2.
De gemeenteraad heeft in zitting van 26 augustus 2014 goedkeuring verleend aan de belasting op openluchtrecreatieve verblijven.
De Gemeenteraad besluit, met 20 stemmen voor (Dieter Wouters, Mai Van Thillo, May Aernouts, Sus Vissers, Kris Van Looveren, Rit Luyckx, Katrin Kempenaers, Pieter Cools, Lynn Vermeiren, Els Van Hasselt, Leo Geysen, Ilke Pompen, Roger Aernouts, Thijs Ruts, Jan Van Looveren, Koen Van Putte, Amber Vermeiren, Eric Holemans, Ben Gagelmans en Marc Vanden Branden) en 3 stemmen onthouding (Wim Vorsselmans, Jasmijn Meirsman en Harry Smeulders).
Voor een periode vanaf 1 januari 2020 en eindigend op 31 december 2025 wordt een belasting geheven op openluchtrecreatieve verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Voor de toepassing van dit reglement worden de openluchtrecreatieve verblijven verstaan bedoeld in artikel 2, 3° van het decreet van 10 juli 2008 betreffende de toeristische logies en zijn uitvoeringsbesluiten over het toeristische logies.
De belasting is verschuldigd door de uitbater van het terrein op 1 januari van het belastingsjaar.
De belasting bedraagt 65,00 euro per verblijfplaats op het terrein.
De terreinen waarop maximaal 75 dagen per jaar wordt gekampeerd door georganiseerde groepen die onder toezicht staan van één of meerdere monitors en alleen tenten als kampeerverblijf gebruiken, vallen niet onder toepassing van dit reglement.
De uitbater van het terrein is ertoe gehouden jaarlijks voor 1 oktober een aangifte te doen van het aantal verblijfplaatsen op zijn terrein.
De belasting wordt door middel van een kohier vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Bij toepassing van artikel 330 van voornoemd decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.