De eigenaars van een tweede verblijf kunnen gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en de gemeentelijke inspanningen voor verfraaiingen en veiligheid.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van belastingen.
Decreet lokaal bestuur.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd.
Omzendbrief Vlaamse regering KA/ABB 2019/2.
De gemeenteraad heeft in zitting van 26 augustus 2014 goedkeuring verleend aan de belasting op tweede verblijven.
De Gemeenteraad besluit, met 21 stemmen voor (Dieter Wouters, Mai Van Thillo, May Aernouts, Sus Vissers, Kris Van Looveren, Rit Luyckx, Katrin Kempenaers, Pieter Cools, Lynn Vermeiren, Els Van Hasselt, Leo Geysen, Ilke Pompen, Roger Aernouts, Thijs Ruts, Jan Van Looveren, Koen Van Putte, Amber Vermeiren, Eric Holemans, Ben Gagelmans, Marc Vanden Branden en Harry Smeulders) en 2 stemmen onthouding (Wim Vorsselmans en Jasmijn Meirsman).
Met ingang van 1 januari 2020 en voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven.
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd:
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het tweede verblijf.
De belasting wordt vastgesteld op 500,00 euro per tweede verblijf.
De belasting is ondeelbaar en voor het ganse belastingjaar verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het belastingjaar.
De belastingplichtigen moeten uiterlijk op 31 oktober van het belastingjaar bij het gemeentebestuur aangifte doen van elk tweede verblijf dat zij in de gemeente bezitten door middel van het formulier, waarvan het model door het college van burgemeester en schepenen werd vastgesteld.
Voor de nieuw opgetrokken tweede verblijven dient de belastingplichtige spontaan aangifte te doen binnen de maand na de bezetting van het tweede verblijf.
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Wanneer een zelfde situatie aanleiding kan geven tot de toepassing van deze verordening en de verblijfsbelastingsverordening op de kampeerterreinen en op de kampeerverblijfplaatsen is alleen deze verordening van toepassing.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Bij toepassing van artikel 330 van voornoemd decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.