De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
De gemeenteraad heeft 740 opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2018 tot en met 2019 geheven en stelt voor om dit te behouden. Tevens wordt voorgesteld om de aanvullende belasting op de personenbelasting te behouden op 7%.
Decreet lokaal bestuur.
Wetboek van de Inkomstenbelastingen, meer bepaald de artikelen 465 tot en met 470 bis.
Omzendbrief Vlaamse regering KA/ABB 2019/2.
De gemeenteraad heeft in zitting van 7 december 2015 goedkeuring verleend aan de aanvullende gemeentebelastingen op de personenbelasting.
De Gemeenteraad besluit, met 15 stemmen voor (Dieter Wouters, Mai Van Thillo, May Aernouts, Sus Vissers, Kris Van Looveren, Rit Luyckx, Katrin Kempenaers, Pieter Cools, Lynn Vermeiren, Els Van Hasselt, Leo Geysen, Ilke Pompen, Roger Aernouts, Thijs Ruts en Jan Van Looveren) en 8 stemmen onthouding (Koen Van Putte, Amber Vermeiren, Eric Holemans, Ben Gagelmans, Marc Vanden Branden, Wim Vorsselmans, Jasmijn Meirsman en Harry Smeulders).
Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 7% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaand jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 469 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.