Terug
Gepubliceerd op 21/01/2020

2019_GR_00206 - Subsidiereglement kleine landschapselementen (KLE’s).

Gemeenteraad
ma 02/12/2019 - 20:00 Raadzaal van GC Blommaert, Gemeentepark 22, 2990 Wuustwezel
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Dieter Wouters, Mai Van Thillo, May Aernouts, Sus Vissers, Kris Van Looveren, Rit Luyckx, Katrin Kempenaers, Pieter Cools, Lynn Vermeiren, Els Van Hasselt, Leo Geysen, Ilke Pompen, Roger Aernouts, Thijs Ruts, Jan Van Looveren, Koen Van Putte, Amber Vermeiren, Eric Holemans, Ben Gagelmans, Marc Vanden Branden, Jasmijn Meirsman, Wim Vorsselmans, Harry Smeulders, Luc Loos

Verontschuldigd

Glenn Verelst, Koen Spitaels, Carrera Neefs, Karen Anthonissen

Secretaris

Luc Loos

Voorzitter

Dieter Wouters
2019_GR_00206 - Subsidiereglement kleine landschapselementen (KLE’s). 2019_GR_00206 - Subsidiereglement kleine landschapselementen (KLE’s).

Motivering

Motivering

Kleine landschapselementen (KLE’s) vormen in het landschap een belangrijke bijdrage tot de algemene kwaliteit, de natuurwaarden en de belevingswaarden van het landschap.

De vroegere economische betekenis van KLE’s als brandhout, geriefhout, omheiningspalen, doornhaag als perceelsbegrenzing binnen het landbouwbedrijf is sterk gereduceerd, waardoor het goede beheer ervan soms achterwege gelaten wordt.

Slecht of niet beheerde KLE’s degraderen na verloop van tijd, wat leidt tot opruiming en definitieve verwijdering van het landschapselement.

Agrarische landschappen met een volwaardige aankleding voor KLE’s betekenen een belangrijke troef voor de aantrekkelijkheid ervan ten aanzien van het medegebruik door de bewonerrecreant en/of bezoekers, wat bovendien een economische meerwaarde voor de streek inhoudt.

Het grote maatschappelijke belang van een gevarieerd en waardevol landschap verantwoordt dat hiertoe financiële inspanningen door de gemeenschap beschikbaar worden gesteld.

Hagen, houtkanten en boomrijen bezitten eigenschappen met betrekking tot de bestrijding van erosie op hellende gronden en beschutting tegen zon, regen en wind voor het vee in de graasweiden.

KLE’s zijn van groot belang voor het overleven van de streekeigen flora en fauna-elementen als eigen leefbiotoop, als migratieroute tussen natuurgebieden of refugium (een geïsoleerde populatie van een eens wijdverspreide plantsoort) binnen het agrarische landschap.

Juridische grond

Het Decreet Lokaal Bestuur.
Decreet op natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997 en zijn diverse wijzigingen.
Uitvoeringsbesluit van 23 juli 1998 van de Vlaamse Regering tot instelling van een vergunningsplicht voor de wijziging van de vegetatie en van lijn- en puntvormige elementen.
De bespreking op de MiNa-raad van 30 oktober 2019.

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 9 december 2013 de subsidie voor kleine landschapselementen (KLE’s) goedgekeurd.

Besluit

De Gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Onderhavig subsidiereglement goed te keuren:

Artikel 1: Definities

  • Kleine landschapselementen (KLE’s): alle punt-, lijn- en vlakvormige natuurlijke elementen, opgebouwd uit levend materiaal, die in het landschap worden aangebracht en zo een natuurlijke structuur geven aan dit landschap.
  • Hagen en heggen: lijnvormige aanplantingen van houtige, streekeigen gewassen die door periodieke snoei in vorm gehouden worden; de snoei kan gaan van frequent (haag) tot minimaal (heg).
  • Houtkanten: vlakvormige aanplantingen van streekeigen bomen en/of struiken. Hakhoutkanten zijn houtkanten die door periodiek kappen geëxploiteerd worden; de aangeplante soorten bezitten de eigenschap om nieuwe loten te vormen.
  • Struwelen: kleine bosjes die uit streekeigen struikvegetatie bestaan.
  • Bomenrijen: lijnvormige aanplantingen van bomen van eenzelfde streekeigen boomsoort. Ook knotbomen vallen onder dit begrip.
  • Hoogstamboomgaarden: een verzameling fruitbomen aangeplant in een recht of willekeurig verband met een minimum stamhoogte van 2 meter.
  • Amfibieënpoelen: ondiepe, natuurlijke of kunstmatig aangelegde waterpartijen in een weide.
  • Landelijke gebieden: de zones aangeduid op het Gewestplan als agrarisch gebied, land­schappelijk waardevol agrarisch gebied, parkgebied of bosgebied.

Artikel 2: Subsidie

Binnen de perken van de jaarlijks op het budget goedgekeurde kredieten kan de gemeente subsidies verlenen aan de eigenaar of de respectievelijke rechtverkrijgende voor de aanleg van kleine landschaps­elementen, die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 4 en 5. Voor subsidiëring komen enkel KLE’s in aanmerking die gelegen zijn in landelijke gebieden en die niet in aanmerking komen voor subsidiëring via de beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij.

De subsidie wordt verleend voor:

  • de aanplanting van hagen, heggen, struwelen, houtkanten, knotwilgen, hoogstammige fruitbomen en bomenrijen bestaande uit streekeigen boom- en struiksoorten zoals opgenomen in de lijst van bijlage 2.
  • de aanleg van amfibieënpoelen.

Artikel 3: Subsidiebedrag

De subsidie voor de aanleg van kleine landschapselementen wordt eenmalig uitgekeerd met een maximum van 250,00 euro per aanvrager per jaar. De subsidie is cumuleerbaar met andere subsidies en steunmaatregelen in zoverre dit is toegelaten door de premieverlenende instanties.

Volgende toelagen worden verstrekt:

  • voor de aanplant van een haag of heg: 1,00 euro per lopende meter gerealiseerde aanplant;
  • voor de aanplant van een houtkant of struweel: 0,50 euro per m² gerealiseerde aanplant;
  • voor de aanplant van een bomenrij:
    • met hoogstammig, beworteld plantgoed: 10,00 euro per boom;
    • met niet-bewortelde poten: 2,50 euro per poot;
  • voor de aanplant van een hoogstamboomgaard: 10,00 euro per boom;
  • voor een gecombineerde aanplant van een haag of heg of houtkant met bomen geldt een cumulatie van de overeenkomstige bedragen;
  • voor de aanleg van een poel: 5,00 euro per m² gerealiseerde aanleg.

Artikel 4: Toekenningsvoorwaarden voor de subsidie

  • Het terrein waarop de aanleg van de kleine landschapselementen is gepland, is gelegen op het grondgebied van de gemeente Wuustwezel.
  • Beplantingen of herbeplantingen die deel uitmaken van de voorwaarden begrepen in een kap-, milieu- en / of stedenbouwkundige vergunning komen niet in aanmerking voor een toelage voor aanplanting.
  • Aanplantingen voor louter commerciële doeleinden komen eveneens niet in aanmerking voor een toelage voor aanplanting.
  • In gebieden waar de open ruimte van belang is voor weidevogels worden geen subsidies uitgekeerd voor de aanplanting van KLE’s. De aanleg van een poel in weidevogelgebieden komt echter wel in aanmerking voor subsidies.
  • Het aanvraagdossier is voorzien van een volledig ingevuld subsidieformulier en de nodige bijlagen (beschrijving van de aard van de uitgevoerde werken, beschrijving van de gebruikte boom- en struiksoorten, een situeringsplan op schaal 1/2.000 of 1/2.500 en becijfering van de aangevraagde toelage volgens de gegevens in artikel 5).

Artikel 5: Voorwaarden voor de aanleg

  • Voor de aanleg van kleine landschapselementen mogen enkel streekeigen struik- en boomsoorten worden aangewend.
  • Voor een haag of heg dient de aanplanting een lengte te hebben van minimaal 25 meter. De plantafstanden zijn 25 cm in hagen en 50 cm in heggen. Het plantgoed heeft een minimumformaat van 60 tot 80 cm hoogte.
  • Voor een houtkant of struweel dient de aanplanting een lengte te hebben van minimaal 25 meter en een minimale breedte van 3 m. De plantafstand in houtkanten en struwelen is 1 m. Het plantgoed heeft een minimumformaat van 60 tot 80 cm hoogte. Een hakhoutkant moet bestaan uit soorten die de eigenschap hebben om uitlopers en / of nieuwe loten te vormen.
  • De aanplanting van een bomenrij betreft minstens 10 bomen voor beworteld plantgoed en 20 bomen voor niet-bewortelde poten. Het plantgoed heeft een stamomtrek van minstens 12 tot 14 cm op 1 m hoogte. De plantafstand in de bomenrij bedraagt 7 tot 10 m voor hoog­stammige bomen en 5 tot 7 m voor knotbomen.
  • De aanplanting van een hoogstamboomgaard bestaat ten minste uit 10 hoogstammige vruchtbomen.
  • Een poel moet een oppervlakte van minimaal 25 m² ter hoogte van het maaiveld bezitten en op zijn diepste punt minstens 1 m diep zijn. De poel dient ingericht te worden als amfibieënpoel en moet het jaar rond water bevatten. De oevers moeten glooiend aangelegd worden en bij beweiding volledig of gedeeltelijk afgeschermd worden d.m.v. raster. Er mag evenwel geen waterfauna in de poel worden uitgezet. Bovendien mag de poel niet worden uitgerust met kunstmatige nesten voor watervogels.

Artikel 6: Procedure

  • De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager. De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het verrichten van de aanlegwerken waarvoor de aanvraag wordt ingediend.
  • De subsidieaanvraag wordt ingediend bij het gemeentebestuur door middel van een volledig ingevuld en ondertekend subsidieaanvraagformulier overeenkomstig de bijlage van dit subsidie­reglement.
  • De aanvrager bevestigt dat de uitgevoerde werken overeenstemmen met de door het gemeentebestuur gestelde vereisten om in aanmerking te komen voor een subsidie.
  • De gemeentelijke subsidie kan slechts worden uitgekeerd na één volledig groeiseizoen en na een controle ter plaatse door de gemeentelijke afgevaardigde. De aanvrager dient voor deze controle uitdrukkelijk en schriftelijk de toelating te geven om aanspraak te kunnen maken op de subsidie.
  • De toekenning van de subsidie kan worden geweigerd wanneer de uitvoering van het voorgestelde werk om natuur- of landschapsredenen of gezien de staat van het terrein door het college van burgemeester en schepenen ongewenst geacht wordt.
  • Eén volledig groeiseizoen na de uitvoering van de aanleg of aanplant neemt de gemachtigde ambtenaar contact op met de aanvrager om een controlebezoek af te spreken. Tijdens het controlebezoek wordt gecontroleerd of de werken zijn uitgevoerd conform de gegevens vermeld in het aanvraagformulier.
  • Mislukte aanplantingen of werken dienen hersteld te worden. Gebeurt dit niet, dan zullen de subsidies teruggevorderd worden.
  • De toelage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer:
    • belangrijke delen van de beplanting door kennelijk gebrek aan zorg of vervanging niet tot uitgroei komen;
    • een poel geheel of gedeeltelijk wordt gedempt, of derwijze wordt behandeld dat de natuurfunctie ervan ernstig wordt geschaad.
  • De beplanting dient minstens 5 jaar te worden behouden. De eigenaar staat in voor het onderhoud van de KLE’s. Zo dienen afgestorven aanplantingen te worden vervangen. Het onderhoud kan eveneens worden uitbesteed aan een vereniging d.m.v. een schriftelijke overeenkomst.
  • De eigenaar kan steeds een kap- of natuurvergunning aanvragen voor het gedeeltelijk of volledig kappen van een klein landschapselement of het oogsten van hout d.m.v. het indienen van een aanvraag, voorzien van de nodige argumentatie. Het vergunningverlenend bestuur bepaalt vervolgens of er al dan niet compensaties of herbeplantingen noodzakelijk zijn.

Artikel 7: Controle

  • Eén volledig groeiseizoen na de uitvoering van de aanleg of aanplant neemt de gemachtigde ambtenaar contact op met de aanvrager om een controlebezoek af te spreken. Tijdens het controlebezoek wordt gecontroleerd of de werken zijn uitgevoerd conform de gegevens vermeld in het aanvraagformulier.
  • Mislukte aanplantingen of werken dienen hersteld te worden. Gebeurt dit niet, dan zullen de subsidies teruggevorderd worden.
  • De toelage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer:
    • belangrijke delen van de beplanting door kennelijk gebrek aan zorg of vervanging niet tot uitgroei komen;
    • een poel geheel of gedeeltelijk wordt gedempt, of derwijze wordt behandeld dat de natuurfunctie ervan ernstig wordt geschaad.
  • De beplanting dient minstens 5 jaar te worden behouden. De eigenaar staat in voor het onderhoud van de KLE’s. Zo dienen afgestorven aanplantingen te worden vervangen. Het onderhoud kan eveneens worden uitbesteed aan een vereniging d.m.v. een schriftelijke overeenkomst.
  • De eigenaar kan steeds een kap- of natuurvergunning aanvragen voor het gedeeltelijk of volledig kappen van een klein landschapselement of het oogsten van hout d.m.v. het indienen van een aanvraag, voorzien van de nodige argumentatie. Het vergunningverlenend bestuur bepaalt vervolgens of er al dan niet compensaties of herbeplantingen noodzakelijk zijn.

Artikel 2

Met ingang van 1 januari 2020 legt de gemeenteraad de subsidie vast voor KLE’s en vervangt het reglement van 9 december 2013.

Artikel 3

De aanvraag moet gebeuren op basis van bijgevoegd formulier (bijlage 1).

Artikel 4

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd alle onderzoeken uit te voeren of te bevelen die het nodig acht om de juistheid van de haar verstrekte gegevens na te gaan.

Artikel 5

Afschrift van dit besluit voor verder gevolg over te maken aan de bevoegde diensten.