Door de Covid19-pandemie moeten horecazaken, waaronder dus ook de cafetaria's aan de gemeentelijke sporthallen, verplicht voldoen aan verschillende richtlijnen qua afstand en veiligheid van de hogere overheid.
Omdat de concessionaris aangeeft niet aan de richtlijnen van de hogere overheid te kunnen voldoen, kunnen ze bijgevolg de cafetaria niet openhouden. Hierdoor krijgt WEK Loenhout vzw ook geen inkomsten binnen via het uitbaten van de cafetaria en is het gemeentebestuur bereid een vrijstelling van de concessievergoeding toe te kennen zolang de concessionaris niet aan de richtlijnen kan voldoen en de cafetaria niet voor publiek kan openen.
Aangezien het momenteel onduidelijk is wanneer de richtlijnen versoepeld zullen worden en de cafetaria terug open kan gaan, wordt voorgesteld het bepalen van de periode van vrijstelling van de concessievergoeding te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Decreet Lokaal bestuur.
Op de gemeenteraad van 25 mei 2009 werd de concessieovereenkomst tussen gemeentebestuur Wuustwezel en WEK Loenhout vzw voor de uitbating van de cafetaria aan de sporthal van Loenhout goedgekeurd.
Op de gemeenteraad van 25 mei 2020 werd al de princiepsbeslissing over de gemeentelijke maatregelen in het kader van de coronacrisis, met o.m. vrijstelling van de concessievergoeding tijdens de sluiting, goedgekeurd.
Op de gemeenteraad van 29 juni 2020 werd reeds een vrijstelling van de concessievergoeding voor ca. 3 maanden goedgekeurd.
De concessionaris WEK Loenhout vzw geeft aan niet aan de richtlijnen qua afstand en veiligheid n.a.v. de Covid 19-pandemie te kunnen voldoen en bijgevolg de cafetaria niet te kunnen openen.
De gemeenteraad verleent een vrijstelling van de concessievergoeding voor de uitbating van de cafetaria aan sporthal Loenhout aan WEK Loenhout vzw voor de periode dat zij de cafetaria niet kunnen openen door de geldende richtlijnen ter bestrijding van de Covid 19-pandemie.
De gemeenteraad delegeert het bepalen van de periode van de vrijstelling van de concessievergoeding aan het college van burgemeester en schepenen wegens de onduidelijkheid omtrent de evolutie inzake de richtlijnen ter bestrijding van de Covid 19-pandemie.