De gemeenteraad dient het huishoudelijk reglement van de GECORO (en alle eventuele wijzigingen) goed te keuren.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot nadere regels voor de samenstelling, de
organisatie en de werkwijze van de gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening.
Decreet lokaal bestuur.
Naar aanleiding van de nieuwe legislatuur voor de periode 2019 – 2024 werd de nieuwe samenstelling van de GECORO door de gemeenteraad in zitting van 30 september 2019 goedgekeurd.
De GECORO is verplicht een huishoudelijk reglement aan te nemen.
Tijdens de installatievergadering van de GECORO van 11 december 2019 en de daaropvolgende zitting van 17 september 2020 werd beraadslaagd over een ontwerp van huishoudelijk reglement. Met eenparigheid van stemmen werd een huishoudelijk reglement aangenomen.
Het huishoudelijk reglement van de GECORO wordt overeenkomstig artikel 1.3.3.§8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening goedgekeurd, met name:
Hoofdstuk 1. Doelstelling van de GECORO.
Artikel 1.
Doelstelling van de GECORO
De GECORO beoogt het behoud, de verbetering, de onderbouwing en uitwerking van een goede ruimtelijke ordening binnen de gemeenten. Zij adviseert vanuit een gefundeerd ruimtelijk analytisch onderzoek en formuleert hierover adviezen op vraag van derden of op eigen initiatief.
De adviezen van de GECORO beogen de realisatie van de doelstelling van artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening (VCRO), nl. dat de ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit. Om die kwaliteit van de ruimtelijke ordening binnen de gemeente te waarborgen, benadert zij deze niet uitsluitend vanuit gemeentelijk oogpunt doch eveneens vanuit haar functionele ligging ten overstaan van de omgeving.
De GECORO functioneert uitgaande van haar decretale taken.
Artikel 2.
De opdracht van de GECORO wordt uitgevoerd door het verlenen van de adviezen die haar op basis van het decreet worden gevraagd, of die zij uit zichzelf toevoegt.
Artikel 3.
Adviesbevoegdheid
1. De adviezen van de GECORO betreffen het navolgende:
De voornaamste taak van de GECORO ligt bij de ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen, de ruimtelijke uitvoeringsplannen en verordeningen op het gemeentelijke niveau.
2. Andere adviesdomeinen zijn bij wijze van voorbeeld: adviezen i.v.m. aanplantingen, aanleg van nutsvoorzieningen, uitrusting van straten en van verkavelingen naar gelang hun ligging in of nabij het centrum van een kern, de objectieve criteria voor fasering van woon- en andere stedenbouwkundig onderscheiden zones, ...
Artikel 4.
Opbouw van de adviezenDe adviezen van de GECORO worden als volgt opgebouwd:
Hoofdstuk 2. Samenstelling en aanstelling van de GECORO.
Artikel 5.
Samenstelling van de GECORO.
Aantal inwoners | Aantal leden | Minimum aantal deskundigen | Minimum aantal maatschappelijke geledingen | Vertegenwoordigers van de Maatschappelijke geledingen |
>10.000 en ≤30.000 | 9 | 3 | 4 | 6 |
>10.000 en ≤30.000 | 10 | 3 | 4 | 7 |
>10.000 en ≤30.000 | 11 | 3 | 4 | 8 |
>10.000 en ≤30.000 | 12 | 3 | 4 | 9 |
>10.000 en ≤30.000 | 13 | 4 | 4 | 9 |
De gemeenteraad heeft in zitting van 29 april 2019 het volgende bepaald:
“Art. 1. Het aantal leden van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO) wordt vastgesteld op 12, inclusief de voorzitter en exclusief de secretaris.
Art. 2. Volgende maatschappelijke geledingen worden opgeroepen om 1 vertegenwoordiger en 1 opvolger voor te stellen in de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening: de Raad voor land- en tuinbouw, de Raad voor lokale economie (LEA), Vakbonden, de cultuurraad, de jeugdraad, de ouderenadviesraad, de gezinsbonden, Het LOOP namens het onderwijs en de MiNa-raad.
Dit aantal wordt aangevuld met 2 deskundigen, 1 voorzitter-deskundige en 1 secretaris.”
2. Voor elk effectief lid, behoudens voor de voorzitter, wordt een plaatsvervangend lid van dezelfde categorie, namelijk een deskundige of een identieke maatschappelijke geleding, aangesteld.
3. De aldus aangestelde effectieve GECORO-leden worden geacht op de vergadering waartoe zij overeenkomstig dit reglement zijn opgeroepen, tijdig aanwezig te zijn. Ingeval van verhindering neemt het effectieve GECORO-lid tijdig contact op met de secretaris met verzoek de plaatsvervanger op te roepen om op de aangeduide vergadering aanwezig te zijn.
4. De leden die deze vergadering bijwonen nemen vooraf de stukken door die hen worden overgemaakt evenals die hen digitaal zullen worden bezorgd of ter hunner beschikking ter inzage worden gehouden op het gemeentehuis door de vaste secretaris van de commissie. De stukken zijn ter inzage vanaf de verzending van de agenda tot de dag vóór de zitting tijdens de openingsuren van het gemeentehuis, of zonodig na voorafgaande afspraak met de vaste secretaris.
Artikel 6.
Aan- en afwezigheid.
1. Het lid dat aanwezig is op de GECORO tekent bij aanvang van de vergadering de aanwezigheidslijst. Deze lijst wordt overgenomen in het verslag van de vergadering.
2. Van het lid dat de vergadering vervoegt na de aanvang ervan, wordt de naam door de vaste secretaris in het verslag genoteerd bij aanvang van de bespreking van het punt vanaf hetwelk het lid aan de vergadering heeft deelgenomen.
3. Indien een lid van de commissie zonder verantwoording driemaal achtereenvolgend afwezig is wordt deze persoon ambtshalve als ontslagnemend aanzien.
Artikel 7.
Tussenkomst van de leden op de vergadering.
1. Elk lid kan tussenkomen, nadat het woord werd gevraagd en door de voorzitter werd gegeven.
2. De tussenkomsten geschieden met betrekking tot het agendapunt dat op dat ogenblik in bespreking is.
3. De leden wordt tussenkomst verleend naargelang de volgorde van hun aanvraag.
4. Tijdens de tussenkomst wordt het lid niet onderbroken behoudens door de voorzitter.
5. Wanneer de tussenkomst geen betrekking heeft op het ter bespreking zijnde agendapunt wordt het woord door de voorzitter ontnomen.
6. Wanneer een lid tussenkomt op een wijze waardoor de orde van de vergadering wordt verstoord, kan het woord worden ontnomen door de voorzitter, desnoods wordt het lid verdere deelname aan de vergadering ontzegd. Door de vaste secretaris wordt hiervan akte genomen in het verslag.
7. De GECORO kan de gemeente verzoeken tot ontzetting uit het lidmaatschap van een lid wanneer die tot vier keer toe, in verschillende vergaderingen, tot de orde diende te worden geroepen. Indien de gemeenteraad overgaat tot ontzetting uit het lidmaatschap wordt in dezelfde raad of uiterlijk de eerstvolgende in de vervanging van het lid voorzien door een nieuwe aanstelling door de gemeenteraad.
Artikel 8.
De externe deskundigen.
De commissie kan voor de behandeling van een onderwerp of een advies al de nodige instanties of personen uitnodigen die op nuttige wijze toelichting kunnen verstrekken over het betreffende onderwerp. De personen die hiertoe worden opgeroepen, worden omwille van hun specifieke kennis van het onderwerp als externe deskundige tot de commissie uitgenodigd. Als externe deskundigen kunnen onder meer worden uitgenodigd: 1 of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen, de gemeentelijke omgevingsambtenaar of planoloog, opdrachthouder van studiebureaus en/of personen die over een specifieke kennis van het onderwerp beschikken en daardoor op nuttige wijze informatie kunnen verstrekken.
Artikel 9.
De fracties uit de gemeenteraad.
1. Van elke politieke fractie die ingevolge het proces-verbaal van de verkiezing van de gemeenteraad daarin vertegenwoordigd is, wordt één vertegenwoordiger op elke GECORO-vergadering uitgenodigd. De fractieleider ontvangt daartoe op dezelfde datum en dezelfde wijze als de leden de uitnodiging en de agenda.
2. De vertegenwoordigers van de fractie kunnen aanwezig zijn bij het informatief gedeelte van de vergadering van de commissie op dezelfde wijze als de externe deskundigen; zij kunnen niet deelnemen aan de beraadslaging, de adviesvorming en de stemming daarover.
Artikel 10.
De plaatsvervangende leden.
1. Elke door de gemeenteraad aangestelde deskundige en elke vertegenwoordiger van een maatschappelijke geleding, krijgt op het ogenblik van de aanstelling eveneens een plaatsvervanger toegewezen. De plaatsvervangers ontvangen voorafgaand aan elke vergadering eveneens de uitnodiging, de bijhorende stukken, evenals de verslagen van de vergadering.
2. Zij nemen aan de vergadering deel telkens het effectieve lid, waarvoor zij als plaatsvervanger zijn aangesteld, niet kan aanwezig zijn, en dit zolang de afwezigheid van het effectieve lid voortduurt. De plaatsvervanger heeft in dit geval stemrecht en ontvangt het voorziene presentiegeld.
Artikel 11.
De Voorzitter.
1. De voorzitter wordt door de gemeenteraad aangesteld. Hij/zij organiseert de werking van de commissie en van de diverse werkgroepen die er deel van uitmaken.
2. Hij/zij roept de GECORO samen op datum, uur en plaats die door hem/haar in samenspraak met de vaste secretaris wordt bepaald.
3. Hij/zij opent, leidt en sluit de vergadering. Hij/zij leidt de agendapunten in en licht ze toe. Hij/zij verleent het woord aan wie er om heeft gevraagd en stelt de volgorde van tussenkomsten vast. Hij/zij vat de besprekingen samen en formuleert, in overleg met de commissieleden, overeenkomstig de verstrekte informatie, de bespreking evenals alle daartoe bijgebrachte elementen, het advies dat ter beraadslaging aan de commissie wordt voorgelegd. Hij/zij doet daarover beraadslagen en stemmen.
4. Voor zover er gebruik zou worden gemaakt van werkingsmiddelen en deze door de GECORO zelf worden beheerd, zal de voorzitter hierover jaarlijks verslag uitbrengen aan de leden van de commissie en aan de gemeenteraad.
Artikel 12.
De plaatsvervangende voorzitter.
1. De GECORO duidt uit de groep deskundigen een eerste en tweede plaatsvervangende voorzitter aan die de voorzitter vervangt van zodra hij/zij en zolang hij/zij verhinderd is.
2. De plaatsvervangende voorzitter heeft tijdens de uitoefening van het plaatsvervangende voorzitterschap dezelfde bevoegdheden als de effectieve voorzitter.
Artikel 13.
De vaste secretaris.
1. De vaste secretaris wordt door de gemeenteraad aangesteld.
2. Hij/zij bereidt samen met de voorzitter de vergadering en de activiteiten van de commissie, evenals van de gebeurlijke werkgroepen voor.
3. Hij/zij bezorgt alle noodzakelijke informatie aan de voorzitter, verzamelt alle stukken die nuttig zijn voor een optimaal functioneren van de commissie, voor de samenstelling van de agenda, de oproepen van de leden en het goed functioneren van de vergadering.
4. Hij/zij legt de stukken ter inzage op de afgesproken plaats en uren.
5. De secretaris kan tijdens de vergaderingen toelichtingen geven bij de agendapunten, deelnemen aan de besprekingen en de beraadslaging. Hij/zij kan niet deelnemen aan de stemming. Hij/zij is daarbij wel aanwezig, neemt de stemming op en geeft ze weer in het verslag.
6. De secretaris kan zich laten bijstaan door een personeelslid van de gemeentelijke administratie die hij daartoe kan aanstellen.
7. De secretaris waakt over het opmaken van de notulen van de vergadering. Hij/zij draagt zorg voor de verzending van de adviezen aan de instanties die erom hebben verzocht.
Artikel 14.
De plaatsvervangende secretaris.
1. Wanneer de secretaris verhinderd is of bij een vacature van zijn/haar ambt tot zolang er geen nieuwe vaste secretaris is aangesteld, wordt het secretariaat waargenomen door een personeelslid van de gemeentelijke administratie die hiertoe in overleg met de vaste secretaris dan wel met het college van burgemeester en schepenen is aangesteld.
2. Bij onvoorziene verhindering van de vaste secretaris op een regelmatig bijeengeroepen vergadering wordt door de staande vergadering in een aanstelling voorzien van diegene die het verslag zal opmaken.
3. De plaatsvervangende secretaris handelt overeenkomstig de hiervoor vermelde bepalingen met betrekking tot de vaste secretaris.
Hoofdstuk 3. De werking van de GECORO.
Artikel 15.
Initiatiefrecht.
Alle overheden die belast zijn met een bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening hebben initiatiefrecht tot het vragen van advies aan de GECORO. Dit zijn specifiek de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen, gebeurlijk de gemeenteraadscommissie voor ruimtelijke ordening, de gemeentelijke omgevingsambtenaar, de bestendige deputatie, de provincieraad of het Vlaamse Gewest. Ook de commissie en haar leden hebben een eigen initiatiefrecht.
Openbaarheid van bestuur.
De werking van de GECORO is onderworpen aan alle reglementen van openbaarheid van bestuur en alle Vlaamse, provinciale en / of gemeentelijke reglementen die erop van toepassing kunnen zijn, en zal hiertoe gepaste maatregelen treffen.
Artikel 16.
De agenda.
1. De agenda wordt in samenspraak vastgesteld door de voorzitter en de vaste secretaris. Indien een lid een punt op de agenda wenst te plaatsen wordt zulks schriftelijk medegedeeld aan de voorzitter en / of de vaste secretaris.
2. Vragen tot toevoeging van een punt aan een reeds verzonden agenda dienen te worden verantwoord met betrekking tot de gebeurlijke hoogdringendheid. Zij kunnen daartoe slechts toegevoegd worden mits aanvaarding van de hoogdringendheid bij aanvang van de vergadering met een meerderheid van twee derden van de aanwezige leden.
Artikel 17.
De oproeping voor de vergadering.
1. De vergadering wordt door de voorzitter en de vaste secretaris samengeroepen op de dag, uur en plaats zoals in de oproeping wordt bepaald.
2. De oproeping tot de vergadering gebeurt digitaal en ten minste 10 kalenderdagen voorafgaandelijk aan de zitting. De agenda wordt, na voorafgaandelijke schriftelijke goedkeuring door de voorzitter, ondertekend door de vaste secretaris. De oproeping, met alle ter beschikking gestelde stukken, wordt zowel verzonden aan de leden en de plaatsvervangende leden, als aan de op te roepen externe deskundigen en aan de fractieleider van elke in de gemeenteraad vertegenwoordigde politieke fractie.
3. De agendapunten worden duidelijk omschreven en eventueel voorzien van een toelichtingsnota. Ter verantwoording worden die documenten bijgevoegd die in redelijkheid bijvoegbaar zijn en noodzakelijk zijn voor een goede voorbereiding van de vergadering.
4. Van alle vergaderingen evenals van de agenda en de bijgevoegde stukken wordt een exemplaar ter kennisgave medegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.
5. Het verslag van de vergadering wordt binnen een ordetermijn van 1 maand na de zitting verstuurd aan de leden, de plaatsvervangende leden en aan de aangestelde vertegenwoordiger van elke in de gemeenteraad vertegenwoordigde politieke fractie.
Artikel 18.
Hoogdringende oproepen.
De voorzitter kan beslissen tot een spoedeisende samenroeping van de commissie op een kortere dan de normale termijn. Hiertoe worden alle normaal op te roepen leden en plaatsvervangers digitaal opgeroepen op een termijn die in verhouding is tot de hoogdringendheid. Bij aanvang van de vergadering, wanneer tweederde van de commissieleden aanwezig is, wordt als eerste punt van de agenda beraadslaagd over de opgeworpen hoogdringendheid. Indien de meerderheid van de aanwezige leden deze bevestigt, kan geldig worden vergaderd en gestemd. De hoogdringendheid en de reden ervan, worden in de oproeping vermeld en opgenomen in het verslag.
Artikel 19.
Inzage van de stukken.
1. De stukken worden maximaal digitaal ter beschikking gesteld. Wanneer dit niet mogelijk is liggen de stukken, vanaf de verzending van de agenda tot de dag van de vergadering, ter inzage van de commissieleden bij de vaste secretaris van de commissie (dienst Omgeving, gemeentehuis Wuustwezel).
2. Ter inzage wordt gelegd: alle informatie die aan de leden wordt gezonden evenals alle andere nuttige en aanvullende informatie met inbegrip van plans, rapporten, verslagen, bezwaren en alle noodzakelijke informatie teneinde de leden toe te laten tot verantwoord advies te komen.
Artikel 20.
De oproeping voor de vergadering en de aanvang ervan.
1. De GECORO vergadert decretaal verplicht ten minste tweemaal per jaar.
2. De vergadering is geldig samengesteld van zodra de helft plus één lid aanwezig is. Op dat tijdstip of op het tijdstip dat de vergadering normaal aanvangt indien er alsdan voldoende leden aanwezig zijn, verklaart de voorzitter de vergadering voor geopend.
3. Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te beraadslagen kan de voorzitter vaststellen dat de vergadering niet kan doorgaan. De secretaris maakt hiervan melding in zijn verslag en voegt er de aanwezigheidslijst bij. Een tweede oproeping gebeurt met vijf kalenderdagen oproepingstijd. De vergadering kan alsdan geldig beraadslagen wat ook het getal der aanwezige leden zijn.
Artikel 21.
De vergadering zelf.
1. De vergaderingen van de GECORO zijn in principe besloten.
2. De commissie kan met een minimum tweederde meerderheid, onverminderd de wettelijke regels inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, beslissen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar wordt gehouden. De aanwezige niet-leden mogen evenwel niet deelnemen aan de besprekingen noch de beraadslagingen over advies en de stemming erover.
Enkel de besprekingen (informatief gedeelte) kunnen in openbare vergadering worden gehouden. De beraadslagingen en stemmingen gebeuren steeds in besloten vergadering. Ook de bespreking en beoordeling van bezwaarschriften zal steeds in besloten vergadering gebeuren.
Artikel 22.
De wijze van beraadslaging.
1. De voorzitter zit de GECORO voor. De vergadering wordt door de voorzitter geopend en gesloten. Als eerste punt wordt het verslag van de vorige vergadering goedgekeurd. Na goedkeuring van het verslag wordt een overzicht gegeven van het gevolg dat gegeven werd aan de uitgebrachte adviezen.
Vervolgens worden de agendapunten afgewerkt in de door de voorzitter aangegeven volgorde.
2. De voorzitter zal erop toezien dat elk commissielid voldoende de kans krijgt zijn gedachten naar voor te brengen. Hij/zij kan hiertoe het woord verlenen maar ook ontnemen indien hij/zij dit noodzakelijk acht. De commissieleden zullen de mening van andersdenkenden respecteren en de aanwijzingen of opmerkingen van de voorzitter daarover opvolgen.
3. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering. Bij verstoring van de orde is hogergenoemd artikel 7 van toepassing.
4. De voorzitter kan de vergadering tijdelijk schorsen indien hij/zij dit nodig acht, om overleg te plegen met één of meerdere commissieleden en/of met de secretaris en/of met de externe deskundigen.
Artikel 23.
De stemming.
1. Om geldig te stemmen moet de helft plus één van de effectieve leden of hun plaatsvervanger aanwezig zijn, met uitzondering van de stemming bij vergadering bij hoogdringendheid.
2. Indien niet het vereiste aantal leden is opgekomen kan de commissie na de tweede oproeping ongeacht het aantal aanwezige leden geldig beraadslagen over de onderwerpen die voor de tweede maal geagendeerd werden.
3. De leden stemmen bij handopsteking. De besluiten worden genomen bij meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is deze van de voorzitter beslissend. De stemming wordt opgenomen door de secretaris die hierover verslag opneemt.
Artikel 24.
De verslagen van de GECORO
1. Het verslag omvat de essentie van de bespreking en formulering van het advies: gunstig, ongunstig of gunstig mits voorwaarden. Ook de stemming wordt weergegeven in het verslag. In het verslag worden principieel geen namen vernoemd. Wel wordt vermeld wie aanwezig, dan wel verontschuldigd, was.
2. Nadat de verslagen goedkeuring hebben bekomen worden zij door de voorzitter en secretaris ondertekend. De secretaris bewaart de verslagen van de vergadering.
Artikel 25.
Interne werkgroepen.
1. De commissie kan telkens wanneer zij zulks nuttig en / of noodzakelijk acht, interne werkgroepen oprichten ter voorbereiding van de besprekingen van complexe dossiers in de GECORO.
2. Ingeval van de oprichting van een werkgroep wordt er beslist wie ervan zal deel uitmaken. Alle leden van de commissie hebben evenwel het recht de vergadering bij te wonen. Aan alle leden wordt daartoe de oproepingsbrief doorgezonden tezamen met de toelichtingen.
3. De werking en de beraadslaging in de werkgroepen gebeurt zoals in de commissie zelf. De vergaderingen worden voorgezeten door de voorzitter of door een voorzitter die hiervoor wordt aangeduid, evenals door de vaste secretaris of de secretaris die hiertoe is aangesteld.
Artikel 26.
Vertegenwoordiging van de GECORO in de gemeentelijke kwaliteitskamer (GKK)
1. Binnen de GECORO wordt onder de effectieve leden-deskundigen een vertegenwoordiger (hierna ‘de vertegenwoordiger’) aangeduid die zal zetelen in de gemeentelijke kwaliteitskamer (GKK).
2. Deze aanduiding gebeurt bij stemming conform art. 23 van dit reglement, waarna deze aanduiding zal worden vermeld in het verslag.
3. De periode waarin de vertegenwoordiger in de GKK zal zetelen wordt niet vast bepaald. De GECORO kan op elk ogenblik op basis van de stemprocedure uit art. 23 beslissen om een andere vertegenwoordiger aan te duiden.
4. De vertegenwoordiger heeft in principe een ‘waarnemende’ rol.
5. De vertegenwoordiger kan binnen de GKK in welbepaalde gevallen standpunt innemen in naam van de GECORO, wanneer hij/ zij daartoe voorafgaandelijk door de GECORO werd gemandateerd. Zulk een mandaat kan enkel tot stand komen na een geldige stemming binnen de GECORO en de opname van het mandaat in diens verslag of advies.
6. De vertegenwoordiger brengt op vraag van GECORO of op eigen initiatief conform art. 16 verslag uit over de zittingen van de GKK.
Artikel 27.
Deontologie.
1. De basistekst zoals voorzien in het besluit van de Vlaamse regering betreffende de vaststelling van de deontologische code voor leden van de PROCORO en GECORO is integraal van toepassing en maakt integraal deel uit van dit huishoudelijk reglement (Bijlage I). Bij afwijkingen tussen de basistekst en dit huishoudelijk reglement, gelden de bijzondere bepalingen in dit huishoudelijk reglement en genieten deze de voorkeur.
2. De effectieve leden en plaatsvervangende leden van de commissie onthouden zich ervan aan niet-leden van de commissie informatie van vertrouwelijke aard door te geven waarover zij beschikken krachtens het hen verleende mandaat, de vergadering waaraan zij deelnemen en/of de stukken die zij ontvangen.
‘Van vertrouwelijke aard’ dient naar analogie van art. 21 geïnterpreteerd te worden, en omvat exemplatief: de beraadslagingen en stemmingen, alsook de bespreking en beoordeling van bezwaarschriften.
Dit betekent dat de informatie die tijdens besprekingen door derden of leden verstrekt wordt en de informatie van algemene aard, niet van vertrouwelijke aard zijn en teruggekoppeld mogen worden met de maatschappelijke geledingen die vertegenwoordigd worden, tenzij ter zitting uitdrukkelijk anders aangegeven.
Alle vergaarde informatie wordt door de leden alleszins steeds met kiesheid en terughoudendheid behandeld. De (plaatsvervangende) leden gedragen zich wat dit betreft als een goed huisvader.
Ook tijdens openbare vergaderingen wordt er over gewaakt dat de wet op de privacy niet wordt geschonden.
3. Een vastgesteld miskennen van dit deontologisch principe kan aanleiding geven, al naargelang de aard van de miskenning, tot ontzetting uit het mandaat waartoe de gemeenteraad op aangeven van de voorzitter kan beslissen.
Artikel 28.
Onverenigbaarheid.
1. Een lid van de commissie kan niet tezelfdertijd lid zijn van een provinciale commissie van advies voor ruimtelijk ordening noch van de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie.
2. Een lid van de commissie kan niet tezelfdertijd tijd lid zijn van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente die de GECORO aanstelde.
3. Telkens wanneer er persoonlijke en/of professionele belangen van een commissielid in het geding zijn, zal het zulks meedelen en zichzelf wraken op de vergadering voor die belangen ter sprake komen.
Artikel 29.
Persoonlijke aansprakelijkheid.
Een GECORO-lid kan niet geacht worden persoonlijk aansprakelijk te worden gehouden voor het uitgebrachte advies.
Artikel 30.
Werkingskosten.
1. De werkingskosten van de GECORO worden gedragen door de begrotingsposten daarvoor op de gemeentebegroting ingeschreven.
2. De vaste secretaris zal hiertoe samen met de voorzitter en het college van burgemeester en schepenen opgave doen van de te verwachten kosten zodat deze in de begroting kunnen worden opgenomen.
Artikel 31.
Presentiegelden.
1. De aanwezige stemgerechtigde leden van de commissie en de zetelende plaatsvervangende leden ontvangen per vergadering waaraan zij deelnemen, een vergoeding welke gelijk is aan de helft van de zitpenning welke toegekend is aan de gemeenteraadsleden voor het bijwonen van een raadszitting.
Per vergadering wordt slechts éénmaal een presentiegeld toegekend, ongeacht de duurtijd van de vergadering. De vergoedingen worden eveneens uitgekeerd voor eventuele interne werkgroepvergaderingen.
2. De voorzitter van de commissie ontvangt een vergoeding welke gelijk is aan een zitpenning welke toegekend is aan de gemeenteraadsleden voor het bijwonen van een raadszitting.
3. De presentiegelden van de GECORO worden gedragen door de begrotingsposten daarvoor op de gemeentebegroting ingeschreven.
Artikel 32.
De GECORO kan dit huishoudelijk reglement slechts wijzigen als het voorstel daartoe op de agenda staat; dergelijke wijziging kan niet ter zitting aan de agenda toegevoegd worden. De stemming over het huishoudelijk reglement of wijziging eraan gebeurt met eenparigheid van stemmen.
Artikel 33.
Onderhavig besluit werd met eenparigheid van stemmen goedgekeurd door de GECORO in zitting van 17 september 2020.
BIJLAGE I
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening
Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009
Artikel 1.
De in deze deontologische code opgenomen beginselen, gedragsregels en richtlijnen dienen de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening tot leidraad bij de uitoefening van hun mandaat, overeenkomstig artikel 1.3.4 van de Vlaamse Code Ruimtelijke Ordening.
De onderscheiden commissies voor ruimtelijke ordening zijn ertoe gemachtigd de deontologische code aan te vullen, zonder er evenwel afbreuk aan te kunnen doen.
HOOFDSTUK 1 Algemeen belang
Artikel 2.
§ 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening houden bij de uitoefening van hun mandaat steeds het algemeen belang voor ogen.
Alle leden onderschrijven de opdrachtverklaring voor de ruimtelijke ordening, verwoord in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die luidt als volgt:
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
§ 2. De commissievoorzitter stelt zich steeds onafhankelijk en neutraal op.
§ 3. De leden die zetelen als deskundige vertegenwoordigen geen maatschappelijke belangengroep, geleding, vereniging of wat dan ook.
§ 4. De leden die zetelen als vertegenwoordiger van maatschappelijke belangengroepen, kunnen een standpunt aanbrengen en beargumenteren dat aangehouden wordt door de betrokken maatschappelijke belangengroep. De commissies ruimtelijke ordening zijn evenwel niet bedoeld als een forum dat enkel dient om het standpunt van een belangengroep of vereniging te vertolken. De betrokken leden streven er dan ook naar om het belang dat verdedigd wordt door een maatschappelijke belangengroep te overstijgen en mee te werken aan adviezen die gericht zijn op het algemeen belang en de geciteerde doelstelling van de ruimtelijke ordening.
HOOFDSTUK 2 Verbod op belangenvermenging - Principes van integriteit
Artikel 3.
§ 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening zijn gebonden door het verbod op belangenvermenging dat vastgesteld is in de artikelen 1.3.1, § 5, 1.3.2, § 5 en 1.3.3, § 5, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die telkens luiden als volgt:
Het is voor een lid van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.
Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld.
Het lid dat een dergelijk belang heeft bij een aangelegenheid verontschuldigt zich voor de vergadering waarop die aangelegenheid wordt behandeld, of verlaat de vergaderruimte voor de behandeling van het betrokken agendapunt.
§ 2. Een lid hoeft zich niet te onthouden van de bespreking, beraadslaging en eventuele stemming van een aangelegenheid indien er slechts sprake is van een collectief belang dat het betrokken lid deelt met een reeks andere rechtsonderhorigen. Zo is er geen verboden belangenvermenging in hoofde van leden die inwoner zijn van een gemeente op het ogenblik dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of gemeentelijk beleidsplan ruimte wordt besproken. Er is evenmin belangenvermenging in hoofde van een lid dat bijvoorbeeld woonachtig is binnen de perimeter van een ontwerpplan indien het behandelde plan geen specifieke voor- of nadelen oplevert voor het betrokken lid (bijvoorbeeld wat betreft patrimoniale belangen).
Artikel 4.
Onverminderd de naleving van het verbod op belangenvermenging, vermijden de leden dat een schijn van partijdigheid of vooringenomenheid ontstaat met betrekking tot hun deelname aan de werkzaamheden van de commissie in concrete dossiers:
1°Het lid dat door zijn professionele bezigheden (bijvoorbeeld als advocaat, architect, notaris,...) een vertrouwensband heeft met de aanvrager van een vergunning of een attest, onthoudt zich best bij de bespreking van en de beraadslaging en eventuele stemming over een advies met betrekking tot die vergunningsaanvraag of dat attest, ook al heeft het lid geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar belang bij het concrete dossier. Het verdient de voorkeur dat het betrokken lid zich uit eigen beweging verontschuldigt of de vergaderruimte verlaat.
2° Het is courant dat de commissie de ruimtelijk planner die verantwoordelijk is voor de opmaak van een plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan, ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan, uitnodigt voor toelichting en deelname aan de bespreking van een plan. De reglementering bepaalt dat personen die uitgenodigd worden voor toelichting en bespreking niet meer aanwezig kunnen zijn bij de beraadslaging over het advies en de eventuele stemming erover (behalve in geval van openbaarheid, maar ook dan kunnen ze in ieder geval niet meer deelnemen aan die beraadslaging en stemming). Indien een lid van de commissie als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan, ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan, dan kan hij wel toelichting verstrekken en een bijdrage leveren aan de bespreking, maar moet hij zich onthouden en de vergaderruimte verlaten bij de beraadslaging en eventuele stemming over een advies met betrekking tot dat plan. In sommige gevallen kan er sprake zijn van belangenvermenging, bijvoorbeeld als de ruimtelijk planner niet in overheidsdienst is en een financieel belang zou hebben bij de voortgang van een planningsdossier. Maar ook indien de ruimtelijk planner geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar belang heeft bij het concrete dossier, is het beter dat hij de vergaderruimte verlaat na de toelichting en bespreking. Gevallen waarbij een vennoot of medewerker van een lid optreedt als ruimtelijk planner, kunnen op analoge manier benaderd worden.
3° Het lid van wie een concurrent als architect of als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een vergunningsaanvraag, een aanvraag tot een attest of een plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan, ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan, grijpt de bespreking, de beraadslaging en de stemming niet aan om ongefundeerde kritiek te uiten of het dossier te dwarsbomen. In sommige gevallen kan het aangewezen zijn geen standpunt in te nemen of geen stem ten gunste of ten ongunste uit te brengen.
Artikel 5.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening aanvaarden geen geschenken, gunsten of geld die op enigerlei wijze te maken hebben met het lidmaatschap van de betrokken commissie.
HOOFDSTUK 3 Objectiviteit
Artikel 6.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening laten zich bij de uitoefening van hun mandaat niet leiden door eigen partijpolitieke voorkeuren of door motieven die te maken hebben met ras, herkomst, overtuiging of seksuele geaardheid van de betrokkenen in een dossier.
Artikel 7.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening aanvaarden geen beïnvloeding of poging tot beïnvloeding in dossiers. Zo nodig brengen zij de commissievoorzitter op de hoogte.
Zij onthouden zich ervan om bij mandatarissen of bij burgers de indruk te wekken dat het advies te danken is aan hun individuele inbreng of houding in de commissie.
HOOFDSTUK 4 Discretie en spreekrecht - Relatie met de media
Artikel 8.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening delen de inhoud van besprekingen in besloten zitting en het verloop van de stemmingen in de commissie niet mee aan de media. Zij onthouden zich van (publieke) commentaren op de werkzaamheden van de commissie in concrete dossiers.
Vragen om informatie of afschriften van verslagen en adviezen worden behandeld conform de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuur.
Artikel 9.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening hebben het recht om na de eindberaadslaging door de commissie, onder meer tegenover de media, een eigen standpunt in te nemen over dossiers of over de werking van de commissie, voorzover daarbij:
1° duidelijk is dat het betrokken lid in eigen naam spreekt of voor rekening van de belangengroep waarvoor hij als vertegenwoordiger in de commissie zetelt;
2° niet aangegeven wordt wie welke andere of gelijke standpunten ingenomen heeft tijdens commissievergaderingen;
3° eventuele algemene kritiek op de werking van de commissie, onverminderd het gestelde in artikel 8, eerste lid, gereserveerd wordt gebracht;
4° het recht op privacy van betrokkenen in dossiers of het vertrouwelijk karakter van gegevens niet in het gedrang wordt gebracht.
HOOFDSTUK 5 Verantwoord omgaan met vertrouwelijke informatie en voorzieningen of kredieten ter beschikking gesteld door het commissiesecretariaat of het bestuur
Artikel 10.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening nemen de nodige voorzorgen om te vermijden dat persoonlijke gegevens of gevoelige informatie in handen vallen van buitenstaanders.
Artikel 11.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening maken geen oneigenlijk gebruik van voorzieningen of faciliteiten die door het commissiesecretariaat of het bestuur ter beschikking worden gesteld met het oog op het uitoefenen van hun mandaat, zoals bijvoorbeeld toegang tot beveiligde sites.
Artikel 12.
In zoverre de commissie beschikt over werkingsmiddelen die bedoeld zijn om individueel gemaakte kosten van leden van de commissies voor ruimtelijke ordening te vergoeden, geven de leden alleen kosten aan die werkelijk zijn gemaakt in de uitoefening van hun mandaat. Zij geven geen kosten aan die reeds op een andere manier worden vergoed, bijvoorbeeld door hun werkgever of door de vereniging die hen voor de commissie heeft afgevaardigd.
HOOFDSTUK 6 Motivatie en betrokkenheid - Goede werking van de commissie
Artikel 13.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen zich in om de vergaderingen van de commissie zoveel als mogelijk bij te wonen en een actieve inbreng te hebben.
Effectieve leden brengen bij verhindering tijdig het secretariaat en het plaatsvervangend lid op de hoogte.
Plaatsvervangende leden doen, voor wat betreft de vergaderingen waarvoor zij niet zetelen in de plaats van een effectief lid, het nodige om op de hoogte te blijven van de werkzaamheden. Het secretariaat van de commissie draagt hiertoe bij
Artikel 14.
De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen zich in om kennis te vergaren over de ruimtelijke ordening en op de hoogte te blijven van evoluties in het vakgebied.
Artikel 15.
De voorzitter zorgt ervoor dat alle standpunten en argumenten aan bod kunnen komen. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening geven de voorzitter daartoe de nodige ruimte.
De leden spannen zich in om tegenstellingen te overbruggen en samen tot afgewogen adviezen van de commissie te komen. Zij vermijden zoveel als mogelijk polarisatie bij de besprekingen en beraadslagingen.
Artikel 16.
De voorzitter bewaakt het onderscheid tussen enerzijds de toelichting en bespreking van een onderwerp of van de onderwerpen en anderzijds de beraadslaging en eventuele stemming over het advies.
Hij houdt de hand aan de reglementering met betrekking tot de aanwezigheid van externen. Deze reglementering bepaalt dat externen (bijvoorbeeld deskundigen die een toelichting komen verstrekken, of bij een gemeentelijke commissie de vertegenwoordigers van de fracties) de beraadslaging en stemming niet (meer) kunnen bijwonen, behalve als de vergadering openbaar is. In dat laatste geval kunnen de externen nog wel aanwezig blijven, maar niet langer deelnemen.
HOOFDSTUK 7 Handhaving van de deontologische code
Artikel 17.
De voorzitter ziet toe op de goede naleving van deze deontologische code en vervult ter zake een voorbeeldfunctie.
Afschrift van dit besluit over te maken aan de bevoegde diensten.