Terug
Gepubliceerd op 23/12/2020

2020_GR_00217 - Wijziging aan GAS-reglement.

Gemeenteraad
ma 07/12/2020 - 20:00 Raadzaal van GC Blommaert, Gemeentepark 22, 2990 Wuustwezel
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Dieter Wouters, Mai Van Thillo, May Aernouts, Sus Vissers, Kris Van Looveren, Rit Luyckx, Katrin Kempenaers, Pieter Cools, Lynn Vermeiren, Els Van Hasselt, Ilke Pompen, Roger Aernouts, Thijs Ruts, Glenn Verelst, Jan Van Looveren, Jan Cools, Koen Van Putte, Amber Vermeiren, Ben Gagelmans, Jos van Hasselt, Marc Vanden Branden, Petra Laccroix, Carrera Neefs, Jasmijn Meirsman, Wim Vorsselmans, Bruno Fiesack, Helga Hoeymans, Luc Loos

Secretaris

Luc Loos

Voorzitter

Dieter Wouters
2020_GR_00217 - Wijziging aan GAS-reglement. 2020_GR_00217 - Wijziging aan GAS-reglement.

Motivering

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

De gemeenteraad heeft in zitting van 24 oktober 2016 goedkeuring verleend aan het GAS-reglement.
De gemeenteraad heeft in zitting van 24 oktober 2016 beslist om enkele medewerkers van IGEAN de rol van sanctionerend ambtenaar toe te bedelen zodat zij instaan voor de verwerking van de opgestelde processen-verbaal naar aanleiding van overtredingen die beschreven staan in het GAS-reglement.
De gemeenteraad heeft in zitting van 2 december 2019 goedkeuring verleend aan volgende wijzigingen van het GAS-reglement: voorwaarden voor clubhuizen van motorclubs, gebruik van vuurwerk, aanpassen boetebedragen voor inbreuken parkeren en stilstaan, ...

Motivering

Bij de verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis, dient vanaf 18 mei 2017 in elke officiële en publieke mededeling het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de gemeenschappelijke lasten te worden vermeld. Inbreuken op deze verplichting kunnen door de gemeenten worden bestraft met een administratieve boete tussen 50 en 200 euro.

Juridische grond

Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41.
Nieuwe Gemeentewet, meer bepaald artikelen 119, 119bis, 133 e.v. 134 en 135, §2.
Wet van 24 juni 2013 betreffende de administratieve sancties.
Burgerlijk Wetboek, artikel 1716.

Besluit

De Gemeenteraad besluit, met 16 stemmen voor (Dieter Wouters, Mai Van Thillo, May Aernouts, Sus Vissers, Kris Van Looveren, Rit Luyckx, Katrin Kempenaers, Pieter Cools, Lynn Vermeiren, Els Van Hasselt,  Ilke Pompen, Roger Aernouts, Thijs Ruts, Glenn Verelst, Jan Van Looveren en Jan Cools) en 11 stemmen onthouding (Koen Van Putte, Amber Vermeiren, Ben Gagelmans, Jos van Hasselt, Marc Vanden Branden, Petra Laccroix, Carrera Neefs, Jasmijn Meirsman, Wim Vorsselmans, Bruno Fiesack en Helga Hoeymans).
De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2021 het reglement op de administratieve sancties als volgt vast te stellen:

Titel 1 - Algemene bepalingen.

Hoofdstuk 1 - Toepassingsgebied.

Artikel 1

Deze verordening regelt een aantal gemeentelijke bevoegdheden zoals voorzien in de gemeentewet en het gemeentedecreet. Het regelt het toezicht op de openbare rust, veiligheid, gezondheid, netheid en overlast.

Artikel 2

Dit reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Wuustwezel, die deel uitmaakt van de meergemeentepolitiezone Grens en op elke persoon die zich op het grondgebied bevindt, ongeacht zijn/haar woonplaats of nationaliteit.

Hoofdstuk 2 - Begrippen.

Artikel 3

§ 1. Openbare ruimte

Voor de toepassing van dit reglement, verstaat men onder “openbare ruimte”:

  • de openbare weg, met inbegrip van fietspaden, trottoirs en bermen en de ruimten aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen die voornamelijk bestemd zijn voor het parkeren van voertuigen;
  • de groene ruimten: de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen, begraafplaatsen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de rijbaan, die openstaan voor het verkeer van personen en die hoofdzakelijk bestemd zijn voor wandelen en ontspanning.
  • de voor het publiek toegankelijke plaatsen: de plaatsen zoals bepaald in het KB van 28 februari 1991 betreffende inrichtingen die onder toepassing vallen van hoofdstuk 2 van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing. 

§ 2. Openbare overlast

Openbare overlast: iedere gedraging die het harmonieus verloop van de menselijke activiteit kan verstoren en de levenskwaliteit van de inwoners van de gemeente, een wijk of een straat kan beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt.

§ 3. Openbare orde

De openbare orde bestaat uit de openbare rust, veiligheid, gezondheid en netheid:

  • de openbare rust: beoogt de afwezigheid van wanordelijkheden en onlusten in openbare plaatsen.
  • de openbare netheid: beoogt de afwezigheid van ordeloosheid in het straatbeeld, ondermeer door het stimuleren van het proper houden van de openbare ruimte om zo het sociale leven aangenamer te maken.
  • de openbare gezondheid: beoogt de afwezigheid van ziekten door de handhaving van de hygiëne en door het vrijwaren van een kwalitatief leefmilieu.
  • de openbare veiligheid: beoogt de afwezigheid van gevaarlijke toestanden voor personen en goederen, en omvat onder meer het voorkomen van criminaliteit en de bijstand aan personen in gevaar. De politie op het wegverkeer maakt hier integraal deel van uit.

Hoofdstuk 3 - Herroepbaar karakter van een vergunning en modaliteiten voor het gebruik ervan.

Artikel 4

§ 1. De vergunningen opgenomen in het GAS-reglement zijn herroepbaar en worden afgegeven in de vorm van een persoonlijke en onoverdraagbare titel, die de gemeente niet aansprakelijk stelt behoudens in de wettelijk voorziene gevallen.

Ze kunnen op ieder moment opgeheven worden wanneer het algemene belang het vereist. Ze kunnen ook geschorst of ingetrokken worden door het college van burgemeester en schepenen wanneer de houder een overtreding begaat tegen onderhavig reglement, overeenkomstig de bij artikel 119bis van de Nieuwe gemeentewet en de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voorziene procedure.

§ 2. Op straffe van een administratieve geldboete van maximum 350 euro moeten de begunstigden zich strikt houden aan de opgelegde voorschriften van de vergunning en erover waken dat diens voorwerp geen schade kan berokkenen aan anderen, noch de openbare rust, veiligheid, gezondheid of netheid in het gedrang kan brengen.

Behoudens in de wettelijke voorziene gevallen is de gemeente niet aansprakelijk voor de schade die kan voortvloeien uit de - al dan niet foutieve - uitoefening van de bij de vergunning beoogde activiteit.

§ 3. Wanneer de vergunning betrekking heeft op:

  • een activiteit of een evenement in een voor het publiek toegankelijke plaats, dan moet de vergunning zich op de plaats in kwestie bevinden;
  • een activiteit in de openbare ruimte of een bezetting ervan, dan moet de begunstigde de vergunning bij zich hebben tijdens de activiteit of de bezetting.

Artikel 5

Wanneer de openbare rust, veiligheid, gezondheid of netheid in het gedrang komen door situaties waarvan de oorzaak bij privé-eigendommen ligt, kan de burgemeester de nodige besluiten nemen om de toestand te verhelpen.

De eigenaars, huurders, bezetters of zij die er op een of andere manier verantwoordelijk voor zijn, moeten er zich naar schikken.

In geval van weigering of vertraging in de uitvoering van de bij voornoemde besluiten voorgeschreven maatregelen, alsook indien het onmogelijk is ze aan de betrokkenen te betekenen, kan de burgemeester of zijn gevolmachtigde ambtshalve de maatregelen uitvoeren op kosten en verantwoordelijkheid van de in gebreke blijvende partijen.

Artikel 6

De persoon die de voorschriften van de bepalingen van onderhavig reglement niet naleeft, is burgerlijk aansprakelijk voor de schade die daaruit kan voortvloeien.

De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die zou voortvloeien uit de niet-naleving door derden van de bij dit reglement voorgeschreven bepalingen.

Titel 2 - Openbare rust

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Afdeling 1 - Geluidsoverlast

Artikel 7

Iedereen is verplicht zich zodanig te gedragen dat anderen niet meer dan noodzakelijk door geluid gehinderd worden.

Elk gerucht, lawaai of rumoer bij dag is verboden, wanneer het zonder noodzaak wordt veroorzaakt, wanneer het te wijten is aan een gebrek aan voorzorg en wanneer het van aard is de rust van de inwoners te verstoren.

Afdeling 2 - Niet-hinderlijk geluid

Artikel  8

Een geluid wordt als niet-hinderlijk beschouwd wanneer dit het gevolg is van:

  • werken aan de openbare weg of voor het aanleggen van openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toestemming van de daartoe bevoegde overheid of in opdracht van die overheid;
  • werken die aan private eigendommen worden uitgevoerd, waarvoor de bevoegde overheid een vergunning heeft verleend, en van verbeterings-, verbouwings- of onderhoudswerken aan dergelijke eigendommen die zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te voorkomen;
  • werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen;
  • een door het gemeentebestuur vergunde manifestatie of activiteit, voor zover de in de vergunning opgelegde voorwaarden worden nageleefd;
  • spelende kinderen;
  • landbouw-, tuinbouw- en andere bedrijfsactiviteiten, mits het bij nachtgerucht om de normale uitoefening van het beroep gaat in normale en gewone voorwaarden, dat de activiteiten noodzakelijk zijn, en dat er redenen zijn waarom die bezigheid niet evengoed overdag kan uitgevoerd worden;
  • het weghalen en aanleveren van veldproducten, mits het bij nachtgerucht om de normale uitoefening van het beroep gaat in normale en gewone voorwaarden, dat de activiteiten noodzakelijk zijn, en dat er redenen zijn waarom die bezigheid niet evengoed overdag kan uitgevoerd worden.

Hoofdstuk 2 - Specifieke bepalingen

Afdeling 1 - Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn

Artikel 9

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op voor het publiek toegankelijke etablissementen, feesttenten en in het algemeen op de  inrichtingen die dranken verkopen.

Artikel 10

De organisatoren van feestelijkheden en vermakelijkheden van welke aard en onder welke benaming ook, alsook uitbaters van instellingen, moeten de nodige schikkingen treffen om openbare overlast, veroorzaakt door de deelnemers of de bezoekers, tot een minimum te beperken.

Artikel 11

De burgemeester kan de voor het publiek toegankelijke inrichtingen door de politie laten ontruimen en sluiten als er wanorde of lawaai wordt vastgesteld die de openbare rust of de rust van de omwonenden kan storen.

Afdeling 2 - Elektronisch versterkte en niet-elektronisch versterkte geluidsgolven

Artikel 12

Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen zijn het geven van stemopvoeringen, instrumentale of muzikale uitvoeringen, en in het algemeen het gebruik van geluidsversterkers, luidsprekers, muziekinstrumenten of andere geluidsinstallaties, verboden in de openbare ruimte. Dit is ook buiten en binnen gebouwen het geval wanneer de uitzending bestemd is om op de openbare weg gehoord te worden.

Niettegenstaande de voormelde toelating uit het eerste lid, mag het geluid niet als hinderlijk worden beschouwd of aanleiding geven tot gerechtvaardigde klachten.

Er is geen toelating nodig voor het maken van zachte sfeermuziek in straten beperkt van 10.00 uur tot 22.00 uur, of in geval van een braderij, kersthappening, dorpsdag,… tot het door het college van burgemeester en schepenen bepaalde einduur. Dit geldt voor evenementen waarbij het spelen van muziek niet de hoofdactiviteit betreft.

Artikel 13

Een toelating is niet vereist voor het geven van opvoeringen en voor het gebruik van geluidsinstallaties, en dit buiten de openbare ruimte, indien het geluid niet bestemd is om in de openbare ruimte gehoord te worden. Het gebruik ervan is evenwel slechts toegelaten voor zover het geluid niet als hinderlijk kan worden beschouwd of voor zover het geen aanleiding geeft tot gerechtvaardigde klachten.

Afdeling 3 - Geluidsgolven vanuit voertuigen

Artikel 14

Het is de bestuurder van een voertuig verboden elektronisch versterkte muziek te produceren die hoorbaar is buiten het voertuig. De overtredingen tegen deze bepaling worden verondersteld door de eigenaar van het voertuig of door de houder van de kentekenplaat te zijn begaan, tot bewijs van het tegendeel.

Afdeling 4 - Dieren

Artikel 15

Dieren mogen geen hinder veroorzaken door aanhoudend geblaf, geschreeuw, gekrijs of een ander aanhoudend geluid. De overtreding tegen deze bepaling wordt verondersteld door de houder van het dier te zijn begaan.

Afdeling 5 - Vuurwerk

Artikel 16

§1 Vuurwerkgebruik gedurende het jaar

Het is verboden vuurwerk af te steken op het grondgebied van Wuustwezel. De burgemeester kan van dit verbod afwijken indien het gebruik van geluidsarm vuurwerk kadert binnen een evenement. Men dient het evenement en het vuurwerkgebruik tijdig (6 weken op voorhand) aan te vragen. Het college van burgemeester en schepenen verleent de toestemming voor het evenement. De burgemeester verleent de toestemming voor het afsteken van geluidsarm vuurwerk op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsbestek. Het geluidsarm vuurwerk dient door een professionele firma of daarvoor gekwalificeerd persoon te worden afgestoken, dit om de veiligheid van de omstaanders te garanderen. Geluidsarm vuurwerk is vuurwerk dat maximum 85 decibel produceert.

§2. Vuurwerkgebruik tijdens oudejaarsnacht

Het is verboden vuurwerk af te steken op het grondgebied van Wuustwezel. De burgemeester kan van dit verbod afwijken tijdens de periode van 31 december 23u59 tot 1 januari 00u30 en wanneer het afsteken van geluidsarm vuurwerk wordt aangevraagd bij de lokale overheid. De aanvraag gebeurt via een online aanvraagformulier en wordt ten laatste ingediend op 19 december, 12u00. Aanvragen ingediend na deze datum, worden niet behandeld en bijgevolg geweigerd. De burgemeester kan de toestemming verlenen voor het afsteken van geluidsarm vuurwerk op een bepaalde plaats tussen 31 december 23u59 tot 1 januari 00u30. Geluidsarm vuurwerk is vuurwerk dat maximum 85 decibel produceert.

Afdeling 6 - Afstelling van motoren

Artikel 17

Het is verboden in de openbare ruimte over te gaan tot het luidruchtig afstellen van motoren, ongeacht hun vermogen.

Afdeling 7 - Lichtvervuiling en lichthinder

Artikel 18

Tenzij andere reglementaire bepalingen, moet men de nodige maatregelen treffen om lichthinder te voorkomen.

Behoudens voorafgaande en schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen is het verboden gebruik te maken van het luchtruim boven het grondgebied van de gemeente voor het voortbrengen of projecteren, hetzij rechtstreeks hetzij door weerkaatsing van lichtbundels, van laserlicht of licht met een gelijkaardig effect. Naast andere wettelijke bepalingen en het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem) moet elke uitbater de nodige maatregelen nemen om lichthinder te voorkomen.

Titel 3 - De openbare netheid en gezondheid

Hoofdstuk 1 - Netheid van de openbare ruimte

Afdeling 1 - Algemeen verbod op het bevuilen van de openbare ruimte

Artikel 19

Het is verboden de openbare ruimte te bevuilen op gelijk welke manier door eigen toedoen of door toedoen van de personen, dieren of zaken waarop men toezicht of waarover men zeggenschap heeft.

Afdeling 2 - Netheid van openbare ruimte en van eigendommen

Artikel 20

Iedere bewoner, gebruiker of eigenaar van een pand dat aan de openbare weg grenst, is verplicht het voetpad tussen zijn pand en de normale rijbaan in alle redelijkheid zodanig te onderhouden, dat iedereen er veilig gebruik kan van maken.

Artikel 21

De goede staat van onbebouwde terreinen, braakgronden en onbebouwde gedeelten van eigendommen moet op ieder moment verzekerd zijn. Er moet over gewaakt worden dat de begroeiing noch de openbare eigendom schaadt, noch de openbare veiligheid bedreigt.

Het is verboden vuilnis of puin te storten, tenzij men over de vereiste vergunningen beschikt.

Artikel 22

De begeleiders van dieren, met uitzondering van personen met een handicap vergezeld van een geleidehond en van rolstoelgebruikers, zijn verplicht:

  • te beletten dat hun dier de openbare ruimte bevuilt met zijn uitwerpselen;
  • de uitwerpselen van hun dier onmiddellijk te verwijderen.

De begeleiders van honden, met uitzondering van personen met een handicap vergezeld van een geleidehond en van rolstoelgebruikers, moeten steeds in het bezit zijn van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier. Het zakje dient op het eerste verzoek te worden getoond.

Artikel 23

Aanplakking op het openbaar domein, of erover uitstekend, kan slechts op de plaatsen die hiertoe specifiek bestemd en aangeduid zijn door de gemeentelijke overheid, tenzij voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester.   

Artikel 24

Voor het plaatsen van tijdelijke publiciteitsborden of wegwijzers voor evenementen langs de openbare weg, is vooraf een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen vereist. In de toelating kunnen beperkingen worden opgelegd. Voor het plaatsen van publiciteitsborden en wegwijzers langs gewestwegen is vooraf een schriftelijke toestemming van de wegbeheerder vereist.

Artikel 25

§1. De tijdelijke wegwijzers voor een manifestatie mogen slechts maximaal drie dagen voor de aanvang van deze manifestatie geplaatst worden. De wegwijzers moeten aangebracht worden op een plaats en wijze zodat ze geen hinder of geen problemen voor de verkeersveiligheid veroorzaken. Deze wegwijzers moeten eveneens stevig worden vastgehecht of in de grond geplaatst, zodat ze niet kunnen loskomen, ongeacht de weersomstandigheden.

De wegwijzers hebben een maximale grootte van0,5 m².

Ze moeten verwijderd worden binnen de 7 dagen na de manifestatie.

§2. De gemeente kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor de schade aan de borden of aan derden, die voortspruit uit de opstelling of opstellingswijze van de borden. De gemeente kan in geen geval aansprakelijk gesteld worden voor diefstal van tijdelijke bewegwijzering.

Artikel 26

Bij overtreding zal de aanbrenger van de aanplakkingen of wegwijzers vooreerst als verantwoordelijke worden aangeduid. Is de aanbrenger niet gekend, dan zal de verantwoordelijke uitgever als verantwoordelijke worden aangeduid. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is de organisator van de activiteit, waarvoor reclame wordt gemaakt, de verantwoordelijke.

Artikel 27

Het is verboden in de openbare ruimte voertuigen te herstellen, met uitzondering van:

  • het depanneren van een defect voertuig om de bestuurder in staat te stellen zijn weg te vervolgen;
  • het takelen of wegslepen van een defect voertuig.

Eventuele bevuiling van de openbare ruimte dient onmiddellijk te worden weggewerkt.

Artikel 28

De verkopers van voedingsproducten die buiten de verkoopsinrichting worden verbruikt, dienen het nodige te doen opdat hun klanten de openbare ruimte rond hun handel niet vervuilen.

Zij moeten hun voertuigen, hun kramen of inrichtingen voorzien van een duidelijk zichtbare en goed bereikbare afvalrecipiënten uit onbrandbaar materiaal bestemd voor papier en afval.

De verkopers staan in voor:

  • het tijdig ledigen van de recipiënten.
  • het regelmatig wegnemen van alle papier of om het even welk voorwerp, al dan niet door hun klanten op de grond gegooid, in de onmiddellijke omgeving van hun voertuig, kraam of inrichting.
  • het vermijden van overmatige reuk- of geurhinder voor de voorbijgangers of buurtbewoners.

Artikel 29

Het is verboden in de openbare ruimte te urineren of menselijke ontlasting achter te laten, behalve in de daartoe bestemde plaatsen.

Artikel 30

Werken die stof of afval op de omringende eigendommen of op de openbare weg kunnen verspreiden, mogen slechts aangevat worden na het aanbrengen van ondoordringbare schermen.

De aannemers of personen, gelast met het vervoer van stoffen en materialen die de openbare weg kunnen bevuilen, moeten hun wagens zodanig afdekken dat niets van de lading op de openbare weg zou kunnen vallen.

De aannemers of verantwoordelijken zijn eveneens verplicht de openbare wegen in de omgeving van de werkplaatsen waar geladen en gelost wordt, volledig proper te houden.

Aan vrachtvervoer dat schade of bevuiling aan de openbare weg veroorzaakt of kan veroorzaken, kan een verplichte reisweg worden opgelegd door de burgemeester  of zijn gevolmachtigde. De vervoerders blijven verantwoordelijk voor eventuele schade aan de weg en eveneens voor het reinigen ervan.

Hoofdstuk 2 - Openbare gezondheid

Artikel 31

De eigenaar van een niet-bewoond of niet-gebruikt gebouw is verplicht het op een zodanige wijze af te sluiten, dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, wordt voorkomen.

Artikel 32

Het is verboden rook, stof of geuren voort te brengen die de buren hinderen of de lucht verontreinigen.

Het is verboden te stoken of vuur te maken in open lucht, behoudens:

  1. toelating van de burgemeester of zijn gevolmachtigde omwille van sociale en/of culturele motieven tot het houden van een vreugdevuur (zoals o.a. kampvuur, kerstboomverbranding,…). In die gevallen kan alleen onbehandeld hout worden verbrand. Behandeld hout (geverfd, geïmpregneerd) moet steeds worden afgevoerd naar bv. het containerpark.
  2. vergunning van de dienst Plantenbescherming van het Ministerie van Landbouw voor het verbranden van gecontamineerd of ziek hout.
  3. vergunning van het Agentschap van Natuur en Bos voor het verbranden van houtafval wanneer een kapvergunning werd bekomen.
  4. het houden van barbecues.
  5. vuurkorven met onbehandeld hout.

De stoker, diegene die toezicht houdt en de eigenaar van het perceel waar vuur gemaakt wordt, moeten gevolg geven aan het eerste verzoek van de politie of brandweer om het vuur te doven. Wordt hieraan geen gevolg gegeven, dan kan de politie de brandweer vorderen en op kosten en risico van de overtreder de opdracht geven het vuur te doven. De kosten worden aangerekend volgens het toepasselijk retributiereglement.

De bepalingen van het veldwetboek blijven eveneens van toepassing.

Artikel 32 bis

Het gebruik van pesticiden op het openbaar domein en plaatsen, bepaald in artikel 3 van het Besluit Duurzaam Pesticidengebruik van de Vlaamse regering behalve in geval van een afwijking zoals bepaald in artikel 5 van het Besluit Duurzaam Pesticidengebruik van de Vlaamse regering, is verboden. Onder pesticiden wordt verstaan een gewasbeschermingsmiddel en een biocide zoals bedoeld in artikel 3 van het decreet van 8.02.2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaams Gewest.

Titel 4. De openbare veiligheid en vlotte doorgang

Hoofdstuk 1. Gemeenschappelijke bepalingen voor de bevordering van de openbare veiligheid en de vlotte doorgang

Artikel 33

Het is in het algemeen verboden in openbare ruimten, in voor het publiek toegankelijke plaatsen en in privé-eigendommen over te gaan tot gelijk welke activiteit die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in het gedrang kan brengen.

Artikel 34

Iedereen die een manifestatie op de openbare weg wenst te houden, dient daarvoor voorafgaandelijk een schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen te bekomen.

Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de voorwaarden waaronder deze manifestatie kan doorgaan.

Elke persoon die deelneemt aan een dergelijke samenkomst op de openbare weg, moet zich schikken naar de bevelen van de politie die tot doel hebben de veiligheid of het gemak van doorgang te vrijwaren of te herstellen.

Wanneer er aanwijzingen zijn dat een bijeenkomst op een openbare plaats de openbare orde ernstig zou kunnen verstoren, kan de burgemeester voorwaarden opleggen om de openbare orde te vrijwaren.

Hoofdstuk 2. Openbare veiligheid

Artikel 35

Dieren moeten met alle gepaste middelen vastgehouden worden, en minstens met een leiband, op iedere plaats van de openbare ruimte. Voor honden geldt deze regel niet op de hondenweides.

Het is verboden dieren te laten begeleiden door personen die het dier niet onder controle kunnen houden.

Artikel 36

De eigenaars van dieren of de personen die, al is het maar occasioneel, op de dieren letten, dienen erover te waken dat deze dieren:

  • personen of andere dieren op geen enkele manier storen, intimideren of lastigvallen;
  • de aanplantingen of andere voorwerpen in de openbare ruimte niet beschadigen;
  • private eigendommen niet betreden;
  • niet onbewaakt rondzwerven op akkers, velden, bossen en openbare ruimten.

Hoofdstuk 3. Vlotte doorgang

Artikel 37

Het is verboden werken uit te voeren op de openbare weg zonder schriftelijke toelating van de burgemeester of zijn gevolmachtigde.

De werken moeten uitgevoerd worden onder de voorwaarden die in de toelating bepaald zijn. De signalisatie moet conform de richtlijnen van de lokale politie aangebracht zijn.

Na afloop van de werken moeten de openbare weg, de signalisatie en de wegmarkeringen hersteld worden in de toestand waarin zij zich bevonden voor de uitvoering der werken. Dit binnen de opgelegde termijn, uiterlijk 48 uur na afloop van de werken.

Artikel 38

Onder het plaatsen van verkeersbelemmeringen op de openbare weg worden niet limitatief verstaan: containers, verhuisliften, betonmixers, betonpompen, …

Deze kunnen enkel worden geplaatst na schriftelijke toelating van de burgemeester of zijn gevolmachtigde. 

De in deze toelating opgenomen voorwaarden moeten worden nageleefd. Op niet naleving van de voorwaarden bepaald in de toelating, kan de burgemeester de verwijdering bevelen van deze belemmeringen.

Artikel 39

Het is verboden hinder te veroorzaken op de openbare ruimte tijdens de uitvoering van werken op privéterrein.

Artikel 40

Werken kunnen zowel op als buiten de openbare weg uitgevoerd worden. In beide gevallen moeten de kabels, leidingen, riolen en riooldeksels onmiddellijk bereikbaar blijven.

De pictogram- en signalisatieborden die niet meer zichtbaar zijn, moeten verplaatst worden naar een plaats die door de bevoegde gemeentelijke overheid wordt aangewezen. Op het einde van de werken moeten ze terug op hun oorspronkelijke plaats worden aangebracht.

Artikel 41

Het is verboden de openbare ruimte in te nemen zonder een voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen, dat de voorwaarden ervan bepaalt.

Artikel 42

De eigenaars of gebruikers van private eigendommen moeten ervoor zorgen dat bomen, hagen, beplantingen, afsluitingen en andere voorwerpen

  • het verkeer met inbegrip van voetgangers niet kunnen hinderen;
  • de zichtbaarheid van de verkeerstekens niet in het gedrang brengen;
  • het normale uitzicht op de openbare weg, in de nabijheid van bochten en kruispunten niet belemmeren;
  • de openbare verlichting niet hinderen;
  • op enige andere manier een gevaar kunnen vormen voor de openbare weggebruikers

De hagen langs de openbare weg moeten zodanig ingekort worden, dat zij niet over de openbare weg, en dan voornamelijk het voetpad, hangen.

Indien bijzondere veiligheidsredenen dat vereisen, kan de burgemeester of zijn gevolmachtigde specifieke maatregelen opleggen waarbij de voorgeschreven werken moeten uitgevoerd worden binnen de voorziene tijd na de betekening.

Artikel 43

Het is verboden voorwerpen op de openbare weg achter te laten die door hun aanwezigheid schade kunnen berokkenen aan derden of aanleiding kunnen geven tot ongevallen.

Artikel 44

Het is verboden lange of omvangrijke voorwerpen van de binnenkant van een gebouw op de openbare weg te laten uitsteken zonder de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen.

De buitenzonneblinden, beweegbare luiken of zonnegordijnen van gebouwen langs de rooilijn die aan de openbare weg grenst, dienen een minimumhoogte van2 meterboven het maaiveld te hebben.

Artikel 45

De eigenaars of gebruikers van huizen en gebouwen die voor huisvesting of voor de vestiging van een handel, nijverheid, industrie of bedrijf kunnen dienen, zijn verplicht deze huizen en gebouwen te nummeren.

Het toegewezen nummer moet ofwel op de naar de openbare weg gerichte gevel, ofwel op de brievenbus aangebracht worden. De nummers worden op zodanige wijze aangebracht dat zij vanaf de openbare weg zichtbaar en leesbaar zijn, met een minimumhoogte van6 cm.

Bij het in gebreke blijven van de eigenaar kan de nummering, na schriftelijke aanmaning van de eigenaar door de burgemeester of zijn gevolmachtigde, ambtshalve en op kosten van de eigenaar uitgevoerd worden door het gemeentebestuur. 

Artikel 46

De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of om het even welke verantwoordelijken van een gebouw, moeten het aanbrengen, onderhouden en vervangen toestaan van:

  • een bord met de aanduiding van de straatnaam van het gebouw;
  • alle noodzakelijke verkeerstekens;
  • tekens, uitrustingen, en houders van leidingen die van algemeen nut zijn (bv. elektriciteit, telecommunicatie).

Dit moet gebeuren op de gevel of topgevel van hun gebouw, ook wanneer dit zich buiten de rooilijn bevindt (in dit geval eventueel langs de straatkant), en zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling teweegbrengt.

Titel 5. Begraafplaatsen

Artikel 47

De begraafplaatsen zijn alle dagen van zonsopgang tot zonsondergang toegankelijk voor het publiek.

Voor dienstnoodwendigheden kunnen de begraafplaatsen, tijdens deze openingsuren, op bevel van de burgemeester of zijn gevolmachtigde tijdelijk voor het publiek gesloten worden.

De begraafplaatsen mogen enkel betreden worden door voetgangers, vervoermiddelen van personen met een handicap of lijkwagens bij begrafenissen. Andere voertuigen mogen dit enkel mits machtiging van de burgemeester of zijn aangestelde.

Artikel 48

Op de begraafplaatsen is het verboden gelijk welke daad te stellen, houding aan te nemen of manifestatie op het getouw te zetten die de welvoeglijkheid van de plaats, de orde en de eerbied voor de doden stoort of kan storen.

Artikel 49

Op de begraafplaatsen is het aanbrengen van elke aanplakking, reclame, opschriften en voorwerpen verboden, behalve in de gevallen voorzien in het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging.

Artikel 50

Het is verboden op de begraafplaatsen te leuren, gelijk welke voorwerpen uit te stallen of te verkopen, of zijn diensten aan te bieden tegen betaling. Het college van burgemeester en schepenen kan hierop uitzonderingen voorzien.

Artikel 51

Het is verboden papier, verpakkingsmiddelen of ander afval op de begraafplaatsen achter te laten, behalve in de ter beschikking staande containers.

Titel 6. Groene ruimtes

Artikel 52

De in groene ruimtes aangebrachte verkeerstekens hebben dezelfde betekenis als deze die in het algemeen politiereglement van het wegverkeer wordt aangegeven.

Artikel 53

Het is verboden in de groene ruimtes te rijden met motorvoertuigen. Dit is enkel toegelaten aan de gemeentelijke voertuigen en aan bewoners van binnen de groene ruimtes, dit via de kortst mogelijke weg.

Artikel 54

De speeltuigen opgesteld in de groene ruimtes moeten met respect behandeld worden.

Artikel 55

De groene ruimtes moeten met respect behandeld worden.

Artikel 56

Het is verboden de normale activiteiten binnen de groene ruimtes op welke wijze dan ook hinderlijk te verstoren.

Artikel 57

Telkens wanneer bijzondere omstandigheden het vereisen, kan het schepencollege de toegang tot de groene ruimtes geheel of gedeeltelijk uitbreiden, beperken of verbieden.

Titel 6B. Voorwaarden voor clubhuizen van motorclubs

Artikel 57bis

Begrippenkader

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder volgende begrippen verstaan:

  • Motorclub: een hiërarchisch gestructureerde groep van twee of meer personen gekenmerkt door een gemeenschappelijke ideologie of groepscultuur die naar de buitenwereld wordt veruitwendigd door het gebruik van gemeenschappelijke kenmerken, zoals symbolen, clubemblemen, colors, tatoeages, materialen, voertuigen, kledij, foto’s en ongeacht het effectieve bezit of gebruik van een motor.
  • Clubhuis: een ruimte of locatie waar een bijeenkomst van een motorclub plaatsvindt.
  • Exploitant: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon, al dan niet eigenaar, die een clubhuis, in feite of in rechte faciliteert of uitbaat.
  • Organisator: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon, die een bijeenkomst van een motorclub in feite of in rechte organiseert.
  • Deelnemer: de natuurlijke persoon die aanwezig is op een bijeenkomst van een motorclub.

Toepassingsgebied

Onverminderd andere toepasselijke regelgeving, moeten de exploitant, de organisator en de deelnemers  voldoen aan de bepalingen van dit reglement. 

Voorwaarden

De organisatie of de exploitatie van een clubhuis of de deelname aan een bijeenkomst van een motorclub is verboden, tenzij aan de hiernavolgende voorwaarden is voldaan.

Voorwaarden met betrekking tot de inrichting

1° Het clubhuis moet voldoen aan de geldende regelgeving met betrekking tot stedenbouw, milieu en omgeving.

2° Het clubhuis moet voldoen aan de brandveiligheidsvereisten zoals die van toepassing zijn op dit soort van inrichtingen binnen de gemeente. Deze voorwaarden worden gecontroleerd door de gemeente, de brandweerzone en/of de politie. Deze diensten kunnen hiervoor bijkomende inlichtingen inwinnen bij andere diensten.

Het resultaat van deze controle wordt aan de burgemeester ter kennis gebracht.

Voorwaarden met betrekking tot de persoon

Er wordt een politioneel en/of administratief onderzoek gevoerd naar vaststellingen en/of veroordelingen, voor inbreuken op feiten zoals omschreven in:

  • het Strafwetboek, met uitzondering van de overtredingen in Titel X, en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • de Drugswet en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • de Wapenwet en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • de Wet Private Militie en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • de Vreemdelingenwet en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • de fiscale en sociale wetgeving en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • de camerawetgeving en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • vestigingsvoorwaarden en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • de wet op racisme of xenofobie en vergelijkbare inbreuken in een EU-lidstaat;
  • voorwaarden verbonden aan de exploitatie van een inrichting of clubhuis.

De hiernavolgende personen moeten aan een gunstig onderzoek voldoen:

  • de organisator(en);
  • de deelnemer(s);
  • de exploitant(en);
  • de organen en/of de vertegenwoordigers van de exploitant of de organisator;
  • andere personen die in welke hoedanigheid ook deelnemen aan een motorclub of de exploitatie van een clubhuis.

Als tijdens dit onderzoek wordt vastgesteld dat er een of meerdere vaststellingen en/of veroordelingen zijn, kan het onderzoek als ongunstig worden beschouwd.

Deze voorwaarden worden gecontroleerd door de gemeente en door de politie. Hiervoor kunnen bijkomende inlichtingen bij andere nationale en internationale diensten worden ingewonnen.

Modaliteiten 

§1. Voor elke bijeenkomst van een motorclub dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, een deelnemerslijst op te maken met vermelding van naam, voornaam, roepnaam of alias, geboortedatum, rijksregisternummer, woonplaats en kentekenplaat van het voertuig.

§2. Op eerste verzoek van de lokale politie of de gemeente dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, de volledige en actuele deelnemerslijsten van de bijeenkomsten van de motorclub gedurende de laatste zes maanden te overhandigen.

§3. Het clubhuis moet tijdens een bijeenkomst onmiddellijk zowel van binnen als van buiten zonder tussenkomst van een derde toegankelijk zijn met het oog op de toegang van controlediensten van de gemeente, van brandweer en/of van politie.

§4. Het is verboden om ramen van een clubhuis tijdens de bijeenkomsten van de motorclub op enige wijze ondoorzichtig te maken (bijvoorbeeld: door er voorwerpen te plaatsen, de ramen met folie te bekleden, de gordijnen of de (rol)luiken te sluiten).

§5. Iedere aanwezige in het clubhuis dient te allen tijde toegang te verlenen aan controlediensten van de gemeente, van de brandweer en/of van de politie.

Het is verboden een bijeenkomst van een motorclub die niet voldoet aan de bepalingen van dit reglement, te faciliteren.

Titel 6C. Verplichte affichering van de huurprijs en de kosten

Artikel 57ter

Bij de verhuring van een onroerend goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis (huis, appartement, kamer, enz.) dient in elke officiële of publieke mededeling het bedrag van de gevraagde huurprijs, van de gemeenschappelijke lasten en de EPC-waarden te worden vermeld.
Inbreuken op deze verplichting kunnen worden bestraft met een administratieve geldboete.

Titel 7. Gemengde inbreuken

Artikel 58

Onverminderd de toepassing van het strafwetboek (SWB) kunnen de volgende inbreuken bestraft worden met een administratieve geldboete.

  • Artikel 521, 3de lid SWB – gehele of gedeeltelijke vernieling of onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen;
  • Artikel 526 SWB - Hij die vernielt, neerhaalt, verminkt of beschadigt:
    • Grafsteden, gedenktekens of grafstenen;
    • Monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;
    • Monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst.
  • Artikel 534bis SWB- Hij die zonder toestemming graffiti aanbrengt op roerende of onroerende goederen
  • Artikel 534ter SWB- Hij die opzettelijk andermans onroerende eigendommen beschadigt
  • Artikel 537 SWB - Hij die kwaadwillig een of meer bomen omhakt of zodanig snijdt, verminkt of ontschorst dat zij vergaan, of een of meer enten vernielt.
  • Artikel 545 SWB - Hij die geheel of ten dele grachten dempt, levende of dode hagen afhakt of uitrukt, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielt; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatst of verwijdert
  • Artikel 559, 1° SWB - Zij die, buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX hoofdstuk III, van het strafwetboek, andermans roerende goederen opzettelijk beschadigen of vernielen
  • Artikel 561,1° SWB - Zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer  waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord
  • Artikel 563, 2° SWB - Zij die stedelijke of landelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, opzettelijk beschadigen
  • Artikel 563, 3° SWB - Daders van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen
  • Artikel 563bis° SWB – Zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.

Afdeling 1. Stilstaan en parkeren

Artikel 58bis

Een administratieve geldboete of onmiddellijke betaling kan worden opgelegd voor de overtredingen van het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen en het KB van 1/12/1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg begaan door meerderjarige personen of rechtspersonen.

- overtredingen eerste categorie: 58 euro

Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:

22bis, 4°, a)

 - op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter "P" aangebracht is;

 

 - op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat.

 

Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

22ter.1, 3°

In voetgangerszones is het parkeren verboden.

22sexies2

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting.

23.1, 1°

 Indien het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.

 

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

23.1, 2°

 - buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

 

 - indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

 

 - indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

 

 - indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.

 

Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:

23.2, lid 1, 1° tot 3°

 1° zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan;

 1°

 2° evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg;

 2°

 3° in één enkele file.

 3°

 Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.

23.2 lid 2

Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

23.3

Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

23.4

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

24, lid 1, 2°, 4° en 7° tot 10°

 - op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

 2°

 - op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

 4°

 - in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;

 7°

 - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;

 8°

 - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

 9°

 - op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

 10°

Het is verboden een voertuig te parkeren:

25.1

 - op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;

1°,

 - op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;

 2°,

 - voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;

 3°,

 - op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;

 5°,

 - buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;

 8°,

 - op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

 9°,

 - op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

 10°,

 - op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;

 11°,

 - op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;

 12°,

 - buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt.

 13°

Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.

27.1.3

Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te parkeren.

27.5.1

 Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.

27.5.2

 Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te parkeren.

27.5.3

Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig.

27bis

Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen.

70.2.1

Het verkeersbord E11 niet in acht nemen.

70.3

Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.

77.4

Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.

77.5

Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.

77.8

Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

68.3

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F 103 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

68.3

- overtredingen tweede categorie: 116 euro

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op autowegen, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E9a.

22.2 en 21.4, 4°

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid :

24, lid 1,

 - op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering;

 1°,

 - op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

 2°,

 - op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;

 4°,

 - op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;

 5°

 - op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is.

 6°

Het is verboden een voertuig te parkeren:

25.1,

 - op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;

 4°,

 - op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;

 6°,

 - wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden.

 7°

Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°, c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

25.1, 14°

 

Titel 8. Procedure en slotbepalingen

Hoofdstuk 1. Bevoegdheid

Artikel 59

In geval van overtreding van deze verordening kan de politie de overtreder aanmanen om de niet-reglementaire toestand ongedaan te maken. 

De ambtenaren aangeduid in het kader van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties zijn bevoegd voor de vaststelling van alle overtredingen vervat in deze politieverordening.

Hoofdstuk 2. De procedure met uitzondering van de procedure bij stilstaan en parkeren en inbreuken op het verkeersbord C3 en F103

Artikel 60

§1. De administratieve procedure wordt overeenkomstig hoofdstuk 3 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, opgestart door de sanctionerende ambtenaar door middel van een aangetekende brief.

§2. De overtreder wordt in kennis gesteld van de feiten en hun kwalificaties, die hem ten laste worden gelegd, evenals van een kopie van het proces-verbaal of bestuurlijk verslag.  In de kennisgeving wordt de overtreder eveneens gewezen op de mogelijkheid tot inzage van zijn dossier en tot bijstand door een raadsman.

§3. De overtreder dient zijn verweerschrift, met een eventueel verzoek tot mondelinge verdediging van zijn zaak, bij een ter post aangetekende zending te versturen uiterlijk de 15de dag na de datum van kennisgeving.

§4. Het verzoek tot mondelinge verdediging van zijn zaak is enkel mogelijk indien het een overtreding betreft die gesanctioneerd wordt met een geldboete die hoger is dan 70 euro.

§5. De aangewezen sanctionerende ambtenaar bepaalt in dit geval de dag waarop dit mondeling onderhoud plaatsvindt.

Artikel 61

De gemeente stelt de betrokkene met een aangetekend schrijven in kennis van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.

Artikel 62

Naast de kennisgeving van de beslissing, bedoeld in bovenvermeld artikel, wordt de betrokkene geïnformeerd over enerzijds de wijze waarop de administratieve geldboete kan betaald worden, hetzij door het bijgevoegde overschrijvingsformulier, hetzij door overschrijving bij invorderingsstaat of contant in handen van de financieel beheerder en anderzijds zijn beroepsmogelijkheden.

Artikel 63

De aangewezen sanctionerend ambtenaar kan geen administratieve geldboete opleggen na het verstrijken van een termijn van zes maanden voor meerderjarigen en 12 maanden voor minderjarigen, te rekenen van de dag van de vaststelling van de feiten.

Hoofdstuk 3. De procedure bij inbreuken op het stilstaan en parkeren en het verkeersbord C3 en F103

Artikel 64

§1. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsmede het bedrag van de administratieve geldboete;

De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen 30 dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending doet geworden aan de sanctionerend ambtenaar. De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek worden gehoord wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.

§2. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze op de hoogte met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van 30 dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.

§3. Wordt de administratieve geldboete niet betaald binnen de eerste termijn van 30 dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.

§4. Bij inbreuken bedoeld in artikel 3,3° van de wet van 24 juni 2013 wordt bij afwezigheid van de bestuurder vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen de 30 dagen na kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. Bij gebreke aan de mededeling van de identiteit van de onmiskenbare bestuurder zal er aan de houder van de kentekenplaat van het voertuig een gemeentelijke administratieve sanctie worden opgelegd.

Hoofdstuk 4. Administratieve geldboete - sancties

Artikel 65

De inbreuken op bovenvermelde bepalingen, met uitzondering van de artikelen inzake procedure en de inbreuken op het stilstaan en parkeren, kunnen gesanctioneerd worden met een administratieve sanctie van maximaal 350,00 euro.

Voor minderjarigen vanaf 16 jaar is dit bedrag beperkt tot maximaal 175,00 euro.

In voorkomend geval kan het college van burgemeester en schepenen

  • de toelating of vergunning afgeleverd door de gemeente administratief schorsen;
  • de toelating of vergunning afgeleverd door de gemeente administratief intrekken;
  • de instelling tijdelijk of definitief administratief sluiten.

Artikel 66

De administratieve sanctie wordt proportioneel bepaald in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van eventuele herhaling. Herhaling (recidive) bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de 24 maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

Artikel 67

In geval van verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen, kan de burgemeester beslissen om overeenkomstig artikel 134sexies van de Nieuwe gemeentewet, over te gaan tot het opleggen van een tijdelijk plaatsverbod van een maand, tweemaal hernieuwbaar.

Onder tijdelijk plaatsverbod wordt verstaan het verbod binnen te treden in een of meerdere duidelijke perimeters van plaatsen die als toegankelijk voor het publiek worden bepaald, gelegen binnen een gemeente, zonder evenwel het geheel van het grondgebied te beslaan.

Het negeren van het plaatsverbod wordt bestraft met een gemeentelijke administratieve geldboete zoals voorzien door de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Hoofdstuk 5. Bemiddelingsprocedure en gemeenschapsdienst

Artikel 68

De bemiddelingsprocedure zoals bedoeld in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties  wordt ingevoerd.

Artikel 69

Overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan de sanctionerend ambtenaar een aanbod van lokale bemiddeling voorstellen, zijnde een maatregel die het voor de overtreder mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren.

Artikel 70

De lokale bemiddeling wordt gevoerd door een bemiddelaar die beantwoordt aan de minimale voorwaarden die door de Koning worden bepaald, hierna genoemd de bemiddelaar, of door een gespecialiseerde en de door gemeente erkende bemiddelingsdienst, overeenkomstig de door de Koning bepaalde voorwaarden en nadere regels. De procedure en de nadere regels van deze lokale bemiddeling zijn als volgt:

  • Voor de bemiddeling van start gaat, beschikken de partijen over een verweertijd van twee weken om de feiten te betwisten. Doen zij dit niet, dan worden de partijen door middel van brief uitgenodigd voor een gesprek. Elke minderjarige heeft hierbij recht op een pro deo advocaat. Deze wordt op de hoogte gesteld van de datum  van het gesprek.
  • De benadeelde partij (gemeente zelf of natuurlijke persoon) en de dader worden allebei afzonderlijk uitgenodigd voor eerste kennismakend gesprek. Wanneer de gemeente benadeelde partij is, kan van deze procedure worden afgeweken. Het is immers niet nodig om telkens een eerste kennismakend gesprek te doen wanneer men reeds op de hoogte is van de werking van de bemiddeling.
  • Als beide partijen op het aanbod van de bemiddeling wensen in te gaan dan volgt de eigenlijke bemiddeling. Deze bemiddeling kan rechtstreeks verlopen door effectief met de dader en benadeelde samen aan tafel te gaan zitten of onrechtstreeks met de bemiddelaar als tussenpersoon.
  • Als beide partijen hierbij tot een overeenkomst komen, wordt een protocolovereenkomst opgesteld. Deze wordt eerst ter goedkeuring naar de advocaat van de minderjarige gestuurd en moet door alle partijen ondertekend worden. Komen de partijen niet tot een overeenkomst, dan wordt het dossier bij de bemiddelaar afgesloten en terug naar de sanctionerend ambtenaar gestuurd. De partijen beschikken dan nog wel via een standpuntenbrief over de mogelijkheid om hun kant van het verhaal aan de sanctionerend ambtenaar te doen.

Artikel 71

Het staat de bemiddelaar vrij alle vereiste maatregelen te nemen en contacten te leggen ten einde de opgestarte bemiddelingsprocedure tot een goed einde te brengen.

Artikel 72

In geval van een geslaagde bemiddelingsprocedure wordt er geen administratieve geldboete meer opgelegd.

Artikel 73

Bovenstaande bemiddelingsprocedure is verplicht te volgen bij de administratieve sanctionering van alle inbreuken begaan door minderjarigen die de leeftijd van 16 jaar bereikt hebben op het ogenblik van het plegen van de feiten en is facultatief voor meerderjarigen.

Artikel 74

§1. Overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen.

§2. De sanctionerend ambtenaar kan in geval van een minderjarige beslissen de keuze en de nadere regels van de gemeenschapsdienst toe te vertrouwen aan een bemiddelaar of  een bemiddelingsdienst. Voor de meerderjarigen wordt de gemeenschapsdienst omkaderd door een door de gemeente erkende dienst of door een rechtspersoon die door de gemeente wordt aangewezen.

§3. De gemeenschapsdienst mag ten aanzien van de meerderjarige niet meer bedragen dan 30 uur en ten aanzien van de minderjarige niet meer bedragen dan 15 uur en dient uitgevoerd te worden binnen de termijn van 6 maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.

Hoofdstuk 6. Overtreder, openbare orde en retributiereglement

Artikel 75

Wie de bepalingen opgenomen in dit besluit overtreedt en hiermee de openbare orde in het gedrang brengt, zal dit onmiddellijk in orde dienen te brengen. Zo niet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en risico van de overtreder.

Titel 9 Opheffingsbepalingen

Artikel 76

Elke bepaling in vorig gemeentelijk politiereglement die strijdig is met deze verordening, wordt opgeheven.

Artikel 2

Onderhavige beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig het gemeentedecreet.

Artikel 3

Afschrift van deze verordening wordt overgemaakt aan:

  • de provinciegouverneur van de provincie Antwerpen;
  • de griffier van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen;
  • de griffier van de politierechtbank te Antwerpen;
  • de korpschef van de lokale politiezone Grens te Kalmthout;
  • de coördinator van de bestuurlijke politie van de coördinatie en steundienst van de federale politie, Noordersingel 27 te 2140 Antwerpen;
  • de GAS-ambtenaar van IGEAN.